Afleiding in procenten

Hoewel ook wij blij zijn dat de btw-verhoging bij het Lente-akkoord ongedaan is gemaakt en weer naar 6% gaat, is er maar weinig reden tot optimisme. Sterker nog, de wijze waarop dit alles verlopen is, is des te meer reden tot zorg omtrent de positie van de kunsten in Nederland.

Uiteraard werd de btw voor de beeldende kunsten gelijkgesteld aan die van de podiumkunsten, het handhaven van dit verschil is politiek nooit houdbaar geweest, het is slechts een formele fiscale correctie.

De euforie om wat een overwinning lijkt, is kort gezegd een holle winst. De drastische kortingen op de cultuursector vinden onverkort doorgang, 25% reductie op het kunst- en cultuurbudget, de afbraak van alle talentontwikkeling zoals ook in het Advies van de Raad voor Cultuur kritisch richting de Staatssecretaris is gemeld, zal komend jaar zijn beslag krijgen.

De effecten van de btw-maatregel verbleken naast de effecten van deze kaalslag. Het gemak waarmee de btw-verhoging een optie leek als maatregel in de huidige crisis, tekent de volslagen desinformatie en onkunde bij de overheid en grote delen van de politiek over hoe de beeldende kunstsector functioneert en wat de effecten zijn van de voorgenomen maatregelen. Volgens econoom Berend Jan Langenberg levert de btw verhoging maximaal 40 miljoen op maar levert het gehele pakket van de voorgenomen bezuinigingen uiteindelijk een schadepost op die een veelvoud bedraagt van wat bezuinigd wordt.

Onder deze onwetendheid schuilt het werkelijke probleem: het gebrek aan affiniteit, verbondenheid en waardering voor de kunsten. Dat probleem tackelen is een klus van een geheel andere orde.

Jack Segbars, namens Platform Beeldende Kunst