Gesprek met Birgit Donker – Kunstvlaai

Transcriptie gesprek Platform BK, De Zaak Nu en Birgit Donker – Kunstvlaai, zaterdag 1 december 2012

Nadat Platform Beeldende Kunst en De Zaak Nu zichzelf hebben voorgesteld wordt Birgit Donker gevraagd zichzelf te introduceren.

Birgit Donker: Mijn naam is Birgit Donker, ik ben sinds 1 juni van dit jaar directeur bij het Mondriaan Fonds. Ik heb geschiedenis gestudeerd in Amsterdam met kunstgeschiedenis als bijvak. Daarna ben ik de journalistiek ingegaan; ik ben correspondent in Brussel geweest, heb lang in de hoofdredactie gezeten van NRC Handelsblad, 11 jaar. Al die tijd ben ik een actieve kunstconsument geweest, met name van beeldende kunst, film, literatuur en theater. Toen ik in 2010 uit de hoofdredactie ging, ben ik op mijn eigen verzoek toegevoegd aan de kunstredactie, waar ik twee jaar lang over kunst heb geschreven als verslaggever, waarvan veel over het kunstbeleid. Een roerige periode was dat, ik viel wat dat betreft met mijn neus in de boter. Zoals we bij de kranten zeggen “ramp voor het land, goed voor de krant”. Eerlijk gezegd deed ik dat werk met heel veel plezier en toen ik werd gevraagd te solliciteren naar de functie van directeur van het Mondriaan Fonds, dacht ik: ze moeten wel met iets heel goeds komen wil ik daar op ingaan. Dat hebben ze gedaan. Ik heb een aantal gesprekken gevoerd en werd steeds enthousiaster, met name omdat ik zeer geïnteresseerd ben in het vraagstuk waarom de samenleving zou moeten bijdragen aan kunst. Op die vraag is vaak het antwoord: kunst levert ook geld op. Wat mij betreft is veel te weinig een antwoord gegeven op de vraag wat de immateriële waarde ervan is, de intrinsieke waarde van kunst, en waarom we als samenleving bijdragen aan de kunsten. Dat zie ik als mijn belangrijkste doel. Wat we hebben gezien in de afgelopen periode, is dat de mensen zich niet meer realiseren waarom ze zouden moeten bijdragen aan kunst. Waarschijnlijk is dat ook zo omdat ze vaak niet weten wat er met het geld gebeurt. Dat is de reden dat we het beleidsplan van het Mondriaan Fonds hebben aangescherpt en zichtbaarheid nu een heel belangrijk onderdeel is. Ik zit op de lijn dat we vanuit de beeldende kunst meer moeten laten zien wat er wordt gemaakt, en waarom het belangrijk is dat kunst is als een soort laboratorium voor de samenleving.

Rune Peitersen (Platform BK): Je zegt dat de mensen niet weten waar het geld terechtkomt, maar weet je zelf hoe de werkelijkheid van de kunstenaar eruit ziet? Ik bedoel de dagelijkse gang in het atelier. Heb je daar nieuwe inzichten in gekregen sinds je aangetreden bij het Fonds?

BD: ‘De’ kunstenaar bestaat niet. Ik heb als journalist onder anderen Rineke Dijkstra van nabij gevolgd en gezien hoe zij werkt, Ik heb haar echt op de huid gezeten. In de afgelopen maanden heb ik gemerkt dat er nog veel meer gebeurt dan ik als kunstverslaggever kon zien. Zoveel meer dan wat de gemiddelde Nederlander ziet en dat is doodzonde. Daarom mijn pleidooi: laat zien waar je mee bezig bent! Dat hoeft niet altijd een expositie te zijn, je kunt ook in een blog vertellen waar je mee bezig bent. Zoro Feigl bijvoorbeeld is in residency in Bejing en houdt daar een interessante blog bij van wat hij doet en hoe hij daar werkt. Dat moeten we veel meer over het voetlicht brengen. Ik was ook heel blij met de manier waarop de Biënnale dit keer is georganiseerd. Er was nu een open call en bij de jurering was een journalist aanwezig . Dat maakte de dikke stapels met documentatie zichtbaar en kunstenaars die uitlegden wat ze wilden gaan doen en hoe. Heel veel mensen denken nog steeds dat het maken van een kunstwerk beperkt is tot de tijd die je nodig hebt om bijvoorbeeld verf op een doek te zetten. Dat er ook veel denkwerk achter zit, werd daar heel goed duidelijk. Dat zouden we veel meer moeten laten zien.

RP: Rineke Dijkstra is een prachtig voorbeeld, maar dat is ook onze top. Bij de basis zit het misschien net iets anders.

Mariska van den Berg (Platform BK): Dank Birgit dat je hier vandaag een aantal vragen wilt beantwoorden. Wat betreft het nieuwe beleid hebben we vooral gekeken naar het Addendum. Wat ons opviel – je zei het net ook zelf – is de nadruk die daarin ligt op de immateriële waarde van kunst. Het is positief dat in die tekst duidelijk wordt dat het nieuwe Mondriaan Fonds vasthoudt aan het stimuleren van ontwikkeling van kunstenaars en de productie van werk, en aan de laboratoriumfunctie van kunst. Het artistieke criterium blijft daarbij het belangrijkste, de criteria zichtbaarheid en samenwerking komen daarbij. Het ziet er uit als een accentverschuiving, hoewel de vrees in het veld leeft dat we wel degelijk te maken hebben met een echte ommezwaai van wat er nog mogelijk is in de basis. Laten we beginnen bij het begin. In het nieuwe beleid wordt de burger opgevoerd als vertrekpunt en als bestaansrecht van de kunsten. Waarom de burger? Waarom kon dat niet meer de kunst zelf zijn?

BD: De burger is het vertrekpunt. Waarom geef je als samenleving aan kunst? Omdat de burger recht heeft op kunst. Dat wordt meteen in één zin genoemd, kunst en de burger. Onze instelling is het stimuleren van de productie en presentatie van kunst. Dat blijft ons doel. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat we het debat voeren waarom je als samenleving aan kunst geeft, waarom dat zo belangrijk is voor iedereen. Dat de kunst die je ziet en ook die laboratoriumfunctie van kunst voor iedereen belangrijk is. Natuurlijk is het provocerend om te zeggen dat iedereen recht heeft op kunst, maar dat is wel iets om naar te streven. Ik denk dat we de discussie moeten voeren over wat de immateriële waarde van kunst is. Er staat een oproep in het Addendum aan het veld: toon op alle mogelijke wijzen de rijkdom die met behulp van gemeenschapsgeld wordt gecreëerd en in stand gehouden. Het Mondriaan Fonds krijgt geld van de samenleving en daar hebben we rekening mee te houden, al is het maar omdat die samenleving wil weten wat gebeurt er met dat geld.

MvdB: Natuurlijk, de vraag naar samenwerking en meer zichtbaarheid is niet helemaal nieuw. Maar dan nog, kiezen voor de burger is toch nog iets anders dan dat je het hebt over het publiek. Dat kunst en publiek onlosmakelijk verbonden zijn. Maar de burger? Waar staat de kunstenaar dan, die is immers ook burger. De kunst, het publiek, de burger, hoe zien jullie dat?

BD: Publiek vind ik weer wat anders. Als je zegt, je moet een publiek vinden voor je kunst, dan is dat toch een passend publiek, niet noodzakelijk een zo groot mogelijk publiek. Daarom is ook bewust hier het woord ‘publiek’ vermeden, want dan wordt al gauw gedacht dat wij het over bezoekersaantallen hebben. Nogmaals, het is geheel idealistisch, maar ik denk dat iedere burger in Nederland zou moeten weten waarom er geld naar kunst gaat. Dan hoef je nog niet perse zelf naar de Kunstvlaai of naar de Open Ateliers van de Rijksakademie te gaan, maar dat je het wel belangrijk vindt dat het er is. Je kunt een vergelijking trekken met fresco’s, die soms zo kwetsbaar zijn dat je ze niet meer mag zien, en toch zullen mensen niet snel zeggen: doe die fresco’s maar weg, want ze vinden het belangrijk dat die fresco’s er zijn. De burger zou het net zo normaal moeten vinden dat er geld gaat naar de beeldende kunst. In Maastricht bijvoorbeeld hebben ze dat uitgeprobeerd, rondleidingen gegeven bij Marres en de Jan van Eyck academie. Na afloop zeiden mensen: ik hoef er zelf niets mee maar het is goed dat het er is.

MvdB: Platform Beeldende Kunst wil zich sterk maken voor de belangen van de individuele kunstenaar en als je kijkt naar wat er nu ligt aan beurzen voor talentontwikkelig en onderzoek – we begrijpen dat het nog niet geheel is ingevuld – maar wat ons opviel is dat een belangrijk deel van dat geld al is gelabeld. Er zijn nog werkbeurzen maar zij zijn voor een belangrijk deel verbonden aan de postacademische opleidingen; aan de nieuwe meester-gezelregeling; en er wordt nadruk gelegd op gezamenlijk aanvragen waarin de kunstenaar optrekt met een instelling die heeft toegezegd het uiteindelijke werk te tonen of te produceren. De garantie dat het getoond of verkocht wordt, dat wordt een voorwaarde voor subisidiering. En eén vijfde van het geld zeggen jullie, is bestemd voor presentaties in binnen- en buitenland. Mijn vraag is: is er nog ondersteuning voor de zelfstandig werkend kunstenaar, die op zichzelf werkt zonder omlijnd resultaat?

BD: Het is heel goed dat je dat hier noemt, dit moet naast elkaar bestaan. We behouden de stipendia. Ze krijgen wel een andere naam, ze worden werkbijdragen genoemd voor jong talent en werkbijdragen voor bewezen talent. Dat blijft, net zoals de kwaliteit van het werk het belangrijkste criterium blijft. Daarnaast vragen we ook een goed werk- en presentatieplan . Wel is het zo dat er minder geld voor is.

Nieuw is een andere pot “Opdrachtgeverschap” – voor werk dat in opdracht wordt gemaakt – die is bedoeld om de verankering van de kunstenaar mogelijk te maken. Dat is niet in plaats van, dat komt erbij. Daarnaast hebben wij nog steeds de residencies, waarvan we er helaas een paar hebben weg bezuinigd, maar het meeste blijft bestaan in het buitenland: 15 vaste plekken en vijf tijdelijke. Daarnaast nog 1 vast binnenland atelier en vijf tijdelijke. Het zijn plekken waar je je kan concentreren op wat je gaat maken. Daarnaast hebben we debeurzen praktijkverdieping, waarvan jij zegt dat die is gelabeld, maar ook dat is extra geld. Het gaat om 2,5 miljoen die we extra hebben gekregen. Het is geld dat vroeger rechtstreeks van het ministerie naar de postacademische instellingen gingen waarvan Zijlstra heeft gezegd dat de kunstenaar zelf moet kunnen bepalen waar dat geld naartoe gaat. Wat bleek is dat de Rijksakademie, De Ateliers, de Jan van Eyck en EKWP zouden omvallen zonder dat geld. Zij konden geen begroting maken tenzij wij in ieder geval de komende 2 jaar dat bedrag beschikbaar zouden stellen voor hun kunstenaars. Daar hebben we goed over nagedacht, dat was geen automatisme. Maar omdat die instellingen enorm belangrijk zijn voor het kunstklimaat in Nederland, hebben we voor de komende twee jaar 4/5 van die 2,5 miljoen gelabeld voor de postacademische instellingen. Het resterende bedrag kan worden gebruikt door aanvragers die op een andere wijze hun praktijk willen verdiepen, bijvoorbeeld met een vervolgopleiding in het buitenland. Ik ben trouwens benieuwd wat kunstenaars daarvan vinden en ik hoop ook hier hun stem te horen.

En dan vergeet ik nog bijna de flexibele bijdrage voor projectinvestering die zowel naar onderzoek als naar zichtbaarheid kan gaan. Dus er blijft echt veel meer over dan alleen de beurzen praktijkverdieping.

MvdB: Als ik het goed begrijp zeg je dat er minder geld beschikbaar is maar dat er voldoende overblijft. Wat me opviel in het Addendum is dat voor zowel de ‘startersbijdrage’ als de ‘tegemoetkoming’ bij bewezen talent, cultureel ondernemerschap een belangrijke voorwaarde is. Honoraria van kunstenaars worden wel genoemd, maar niet concreet gemaakt. Van de voormalige kosten voor levensonderhoud – die bij het Fonds BKVB zowel voor individuele kunstenaars als bemiddelaars zo belangrijk waren – is het me onduidelijk hoe het daarmee staat. Zijn die er nog? Of is ook de aard van de beurzen veranderd?

BD: Eerst iets over dat cultureel ondernemen: het is een term die op veel manieren kan worden geïnterpreteerd. Kunstenaars zíjn ondernemers. Wij gebruiken het cultureel ondernemen in eerste instantie om de onderzoekende en vernieuwende houding van de kunstenaars aan te duiden, en daarnaast de wijze waarop zij naar buiten treden en een passend publiek voor hun werk weten te vinden. .Zichtbaarheid is een onderdeel van dat cultureel ondernemen. Kosten van levensonderhoud mogen we formeel niet meer ondersteunen , maar we hebben wel een “bijdrage in de uitvoeringskosten” of “bijdrage in de tijd” opgenomen

RP: Op dit punt wil ik ook Jaring Dürst Britt van De Zaak Nu in het gesprek betrekken. Presentatie-instellingen zouden (meer) honorarium moeten kunnen geven aan kunstenaars, daar zijn wij het mee eens als Platform BK. Maar dan moeten de presentatie-instellingen daar wel toe in staat zijn. Hoe zit het met het geld, Jaring?

Jaring Dürst Britt (De Zaak Nu): Ik zou natuurlijk heel graag marktconforme honoraria aan kunstenaars geven. Heel kort door de bocht, er is in dit kunstenplan niet voor de kaaschaaf gekozen maar om minder instellingen meer geld te geven. Instellingen waarvan commissieleden vinden dat die niet verloren moeten gaan voor het Nederlandse cultuurlandschap. Ik heb de aanvraag voor de Nieuwe Vide niet gehonoreerd gekregen. Gelukkig heb ik wel een gemeente, Haarlem, die mij voldoende backing geeft waardoor ik niet meteen omval. Maar één van de eerste dingen waarop ik jammer genoeg moet gaan bezuinigen, zijn de productiekosten en honoraria. Ik vroeg me af hoe je daar tegen aankijkt. Er zijn instellingen die jullie niet kunnen honoreren en die wel overeind blijven, zie je daar geen discrepantie op het moment dat dat automatisch een negatief effect heeft op bijvoorbeeld de honoraria?

BD: Je zegt dat we hebben gekozen om minder presentatieinstellingen meer te geven. Dat is niet waar. We hebben wel gekeken naar het beschikbare budget en geprobeerd alle aanvragen die wij goed vonden te honoreren. Dat is gelukt. We hebben daarvoor nog 8 ton extra beschikbaar gesteld. Volgend jaar hebben we minder structurele bijdragen voor presentatie-instellingen, maar ik kan je vertellen dat we de afgelopen maanden gelobbyd hebben voor extra geld voor individuele kunstenaars en presentatie-instellingen. Tegen alle presentatie-instellingen die geen structurele bijdrage hebben gekregen, hebben we gezegd: vraag aan bij flexibele projectinvesteringen. Bovendien wordt het voor presentatie-instellingen mogelijk gebruik te maken van de mogelijkheden voor opdrachtgeverschap: een plan om samen met een kunstenaar iets te ontwikkelen. Dat is nieuw en zal volgend jaar terugkomen.

RP: Wordt er bij zo’n budget gekeken of er geld is gereserveerd voor de kunstenaar? Is dat een criterium?

BD: Absoluut. We gaan het niet afdwingen – er is ook van alles tegen in te brengen – maar het weegt positief mee als er honorarium is voor de kunstenaar en dat geldt ook voor musea. Bij opdrachtgeverschap bijvoorbeeld geldt dat als er geen honorarium is opgenomen, er moet worden verantwoord waarom dan niet.

JDB: Is er bewust gekozen voor 1 december als deadline voor aanvragen Opdrachtgeverschap? In de zin dat instellingen die zich met negatieve besluiten geconfronteerd zagen, dit nog konden proberen?

BD: Absoluut. We hebben zelfs instellingen die zijn afgewezen onmiddellijk geïnformeerd dat deze regeling bestond en men nog tot 1 december kon aanvragen.

JDB: Daarbij zijn er nog twee andere nieuwe ontwikkelingen in het Addendum ten behoeve van presentatie-instellingen, onder meer voor kunstenaars die een startstipendium willen krijgen [Weg 1: 2. Talentontwikkeling gecombineerd met opdrachtgeverschap & 4. Projectinvesteringen kunstenaars en bemiddelaars, Addendum beleidsplan, red.] Wat is daar de gedachte achter?

BD: Wij hoorden uit het veld dat hier behoefte aan is – zowel vanuit de kunstenaars als vanuit de presentatie-instellingen – de mogelijkheid om je te verbinden aan één kunstenaar die je langere tijd volgt en toont, en ook diens ontwikkeling begeleidt. Zodat je een echte samenwerking krijgt.

JDB: Maar heb je niet het idee dat een presentatie-instelling dan op de stoel van de galerie gaat zitten, in de zin van het intensief samenwerken met bepaalde kunstenaars? Het impliceert de suggestie aan de presentatie-instelling om met minder kunstenaars vaker een tentoonstelling te doen. Aan de ene kant is dat goed is voor het profiel van de instelling, maar anderzijds vraag ik me af of dat wel de rol van een presentatie-instelling is,? Dat zou een laboratorium moeten zijn, en niet – heel kort door de bocht – steeds met hetzelfde kliekje te komen aanzetten.

BD: Maar het is niet of-of. Het is én-én. Je hoeft er geen gebruik van te maken, het is een mogelijkheid waarvan wij denken dat kunstenaars en presentatie-instellingen en musea kunnen profiteren. Het is een pilot, we gaan het twee jaar uitproberen met maximaal vijf per jaar bovenop de reguliere bijdragen voor jong en bewezen talent en als blijkt dat er veel belangstelling voor is, of juist een averechts effect heeft, passen we het aan. Maar nogmaals vanuit het veld kregen we berichten dat er behoefte aan was, wij denken dat kunstenaars zich zo kunnen verankeren, dat het de presentatie-instellingen de gelegenheid geeft om niet alleen te presenteren maar ook te produceren. Ik zie kansen, als blijkt dat dat niet zo is, dan houden we er mee op.

JDB: Ook lees ik dat het fonds een nieuwe rol ziet voor bemiddelaars, als agenten voor gevestigde kunstenaars tussen hen en de markt. Volgens mij zijn die agenten er al, zowel presentatie-instellingen als galeries als (andere) opdrachtgevers. Is hier geen spraken van doublure? Het komt op mij over als een extra bureaucratische laag. Dat is een curator of bemiddelende persoon natuurlijk niet, maar ik vind het wel opmerkelijk … .

RP: Er staat dat je als kunstenaar een samenwerkingsverband kunt aangaan met een bemiddelaar – dan lees ik curator – en dan kun je met z’n tweeën een aanvraag indienen en dan sta je sterker.

JDB: Ja, maar dat komt op mij over alsof de bemiddelaar wordt aangemoedigd om op zoek te gaan naar wat voor instellingen we allemaal hebben in Nederland en hee! .. daarvoor moet je naar Nest … of daarvoor moet je naar Sign of naar Nieuwe Vide toegaan. Zo uitgelegd zou ik denken dat het een volkomen overbodige functie is.

BD: Het gaat om het opdrachtgeverschap en daarvoor zou je een bemiddelaar nodig kunnen hebben. Het is niet zo eenvoudig om een opdracht goed te formuleren en te begeleiden. Een opdrachtgever kan natuurlijk ook een private partij zijn, een ziekenhuis of een school en dan heb je zo’n bemiddelaar veel meer nodig.

RP: Is dat wat jullie meer gaan promoten? Dat private instellingen optreden als opdrachtgever?

BD: Ja, we stellen het opdrachtgeverschap open voor private partijen. Het fonds wil een platform te zijn, een forum waar de partijen bij elkaar kunnen komen, zonder dat wij zeggen wat ze moeten doen, maar wel aandacht vestigen op de mogelijkheden. Het is voor het eerst dat we het op zo’n grootschalige manier doen, en nogmaals, het uitgangspunt daarbij is het verankeren van de kunstenaars.

RP: Het blijft onduidelijk voor veel kunstenaars hoe het zal gaan volgend jaar. Er is wel degelijk sprake van een echte omslag in de mentaliteit. Dan bedoel ik niet alleen het Mondriaan Fonds, maar de manier waarop in het algemeen over het kunstenaarschap wordt gedacht. Kortom, er is nog veel onzekerheid.

Yasser Ballemans vanuit het publiek: Een van de criteria die gehanteerd wordt voor presentatie-instellingen is het landelijke bereik. Dat is niet voor iedere instelling relevant, soms is juist de regionale waarde van belang.

BD: Er wordt bij het Mondriaan Fonds gekeken of en hoe de instellingen elkaar aanvullen in een landelijk perspectief. Dat ze een aanvulling zijn op wat er landelijk al is. Het is echt niet zo dat van alle presentatie-instellingen landelijk bereik wordt verwacht, dat in Maastricht bezoekers uit Groningen gehaald moeten worden. Het gaat ook om de aansluiting bij de eigen gemeenschap. Per instelling wordt daar invulling aan gegeven.

Ties Ten Bosch uit publiek: Ik wil even terug naar het niet afdwingen bij presentatie instellingen om een honorarium aan kunstenaars uit te betalen. Als ik om me heen kijk, bijvoorbeeld naar Witte de With, die betalen sowieso geen honorarium aan kunstenaars. Bij alle andere instellingen die ik ken, is het eigenlijk altijd zo dat als er te weinig geld is, als eerste het kunstenaars honorarium wordt geschrapt. En als er extra geld komt, dat zijn ze eerder geneigd om een extra potje latex te kopen of meer productie mensen in te huren, maar er zal nooit gezegd worden: laten we wat extra aan de kunstenaar geven. Waarom maak je dat niet mogelijk?

BD: Wij vinden een kunstenaarshonorarium belangrijk en noemen het daarom ook explicitet als criterium. Maar als je het afdwingt, het als voorwaarde stelt, dan loop je de kans dat het geld niet naar Nederlandse kunstenaars zal gaan, maar eerder naar buitenlandse kunstenaars. Dat geldt ook voor musea.

Karin de Jong uit publiek: Daar ben ik het niet mee eens. Ik ben van Printroom, wij hebben dit jaar geen geld gekregen en dat vind ik heel erg jammer. Wij werken met een heel klein budget en voeren toch een internationaal beleid, en wij betalen wel kunstenaars honoraria.

BD: Juist omdat de twee fondsen bij elkaar gebracht zijn, wordt voor het eerst gelet op het kunstenaarshonorarium. Zoals ik al zei, gaat het opnemen daarvan positief meewegen. We dwingen het niet af omdat het averechts kan werken en omdat ik vind dat je kunstinstellingen samen met kunstenaars de kans moet geven om daar zelf antwoorden op te vinden. Ik wil ze die ruimte geven en niet van tevoren zeggen welk percentage naar de kunstenaar moet gaan. Maar nogmaals, zeker bij gezamenlijke aanvragen zal daar op gelet worden.

JDB: Grotere instellingen hebben meer mogelijkheden om aan [de nieuwe criteria, red.] zichtbaarheid en maatschappelijk draagvlak te werken. Je benoemt de’ fresco-functie’ maar toch ben ik bang dat de kleintjes het niet gaan redden. De kracht van de presentatie instellingen is hun dynamiek, ze kunnen zelfs drie maanden van tevoren nog iets in elkaar zetten. Of zeg je: daar moeten we vanaf, dat is geen professioneel handelen?

BD: Nee zeker niet . We kijken niet naar de grootte van de instelling, we kijken naar de kwaliteit van het plan. Dat moet goed zijn. Als iets is afgewezen dan ligt het meestal daaraan, ongeacht of de instelling groot of klein is. We hebben duidelijk ook gezegd dat we van een beginnend kunstenaar niet verwachten dat die een expositie in het Guggenheim krijgt, maar je mag wel verwachten dat hij of zij actief aan de eigen zichtbaarheid werkt en daarbij wordt nadrukkelijk van een passend publiek gesproken. De kwaliteit van het werk, van het plan, en de kwaliteit van de manier waarop je het wilt presenteren, dat wordt allemaal in relatie tot elkaar bekeken, en in dat specifieke geval.

RP: De zorgen omtrent de honoraria heeft ermee te maken dat daarin vroeger werd voorzien. In de basis beurzen, startersstipendia, enz. Werd ook ondersteuning van levensonderhoud gegeven. Daardoor konden kunstenaars werken zonder te veel van de instelling te krijgen.

BD De bijdrage voor kosten van levensonderhoud vervalt, maar er komen wel bijdragen in (tijds-)investering. En daarbij gaan we ook nog eens op de honoraria letten, en op de opdrachtgevers.

RP: Het klinkt goed dat die subsidie regelingen niet helemaal wegvallen, maar er is minder te vergeven.

BD: Er is minder geld voor beschikbaar, ja. En er is ook wat veranderd: een startstipendium kunt je nog maar één keer ontvangen. Er is minder geld.

Astrid Schumacher vanuit het publiek: Instellingen zoals Printroom of Onomatopee en anderen die interdisciplinair werken, waar moeten ze hun aanvraag indienen? Waar vallen ze onder?

BD: Dat is een goede vraag. Er wordt overlegd met het Stimuleringsfonds voor Architectuur om ervoor te zorgen dat instellingen en kunstenaars die werken op het raakvlak van beeldende kunst en vormgeving niet tussen wal en schip gaan vallen.

AS vanuit het publiek: Maar al vanaf 1 januari gelden de nieuwe regelingen.

BD: Dat is een punt en dat geldt ook voor de vrije vormgeving: waar valt dat onder? Leg die vraag alsjeblieft ook bij de andere fondsen neer.

TTB vanuit het publiek: Ik heb een vraag van een hele andere orde. Niet over wat er met het geld van het Mondriaan Fonds moet gebeuren, helemaal niet over geld eigenlijk. Ten tijde van het vorige kabinet werd gezegd dat kunstenaars te weinig zichtbaar waren, en dat er te weinig is gedemonstreerd. Volgens mij is er behoorlijk wat gebeurd maar dat is niet zo in de publiciteit gekomen. Hoe gaan jullie als Platform BK, de Zaak NU en het Mondriaan Fonds samenwerken? En gaan jullie iets doen om de huidige politiek ervan overtuigen dat er teveel bezuinigd is? Wat gaan jullie gezamenlijk doen – of wat gaan WE gezamenlijk doen – om te zorgen dat de positie van de beeldende kunst in de Nederlandse samenleving verbeterd wordt?

MvdB: Dat was een van de redenen om het Platform BK op te richten. Het gaat over bereik en over invloed. Wat we als Platform BK doen is dat we een team hebben samengesteld van specialisten die op tendentieuze en foute berichtgeving in media weerwoord geeft. Onlangs heeft Merijn Oudenampsen, als lid van dit respons team, een reactie geschrven op een stuk in de Volkskrant waar we ons aan stoorden. Zijn analyse “De giftige erfens van Zijlstra’ is geplaats op Joop.nl en 9000 keer gelezen. Dat is een ding. We hebben ook eerder met Birgit gesproken en afgesproken om met het Mondriaan Fonds op te trekken in deze kwesties van beeldvorming en ons in te zetten om een reëel beeld uit te dragen van het kunstenaarschap en het grotere belang ervan.

TTB vanuit het publiek: Maar het gaat natuurlijk niet alleen over de kunstenaars. Ik heb bijvoorbeeld op geen bijeenkomst een gallerist gezien. Galleristen zijn niet zichtbaar, bemoeien zich er niet mee; en ook de musea roeren zich veel te weinig. Het Mondriaan Fonds is volgens mij hét fonds om verband te brengen in de hele sector, en misschien zelfs de theater- en muzieksector te betrekken. Ik mis dat verband, wij vechten voor de kunstenaars, instellingen vechten voor de instellingen…

RP: Dat lijkt maar achter de schermen zetten we samenwerkingsverbanden op met Kunsten ’92, FNV Kiem, BBK, Schuilen in het Rijks, en ook met de NGA [Nederlandse Galerie Associatie, red.] om tot een gezamenlijk standpunt te komen en gezamenlijk op te treden. We proberen te formuleren waar we allen voor staan en wat we allemaal belangrijk vinden. Van daaruit moet ons bereik en onze invloed groter worden.

TTB vanuit het publiek: wordt er gezamenlijk naar buiten getreden?

RP: Ja zeker, daar wordt aan gewerkt.

BD: En onderschat ook niet wat er is ondernomen in de afgelopen periode. Het had nog veel erger kunnen zijn. Mensen zoals de waarnemend directeur van het Fonds BKVB hebben vorig jaar ontzettend goed gelobbyed.

TTB vanuit het publiek: Vooral door mensen zoals Halbe Zijlstra en anderen aan die kant van het politieke spectrum is de beeldende kunst in een behoorlijk slecht daglicht komen te staan. Ik denk dat we niet te lang moeten wachten om dat te keren want anders gaat dat niet meer veranderen.

MvdB: Kom je ons versterken bij het Platform BK?

RP: Er lijkt een tendens te zijn dat het wel weer ‘normaliseert’ maar er is grote schade aangericht en dat moeten we herstellen.

Fleur van Muiswinkel vanuit het publiek: Wat ik heb gemerkt met dit festival is dat de journalistiek lastig te bereiken is en niet erg bereid om te komen kijken en te berichten over dit gebied waar ze niet genoeg van weten. Terwijl juist nu de mogelijkheid er is om dat initiatief uit Heerlen te zien én diegene uit Beesterszwaag. Ze zitten hier onder één dak en de journalisten blijven weg, dat is frustrerend. We nemen nu de stap om gezamenlijk meer zichtbaarheid te geven – we zijn met Capital A in gesprek geweest, én met de Rjksakademie, én met het Platform BK, én met de Zaak NU. En nu is het zaak dat we ook de koppeling met de journalistiek kunnen maken. [Fleur van Muiswinkel heeft met Natasha Ginwala de Kunstvlaai van 2012 samengesteld, red.]

Vrouw vanuit het publiek: De journalistiek is er niet om jouw boodschap door te geven , de journalistiek heeft haar eigen verantwoordelijkheid. Mijn ervaring als journalist is dat kunstenaars en initiatieven vaak alleen bezig zijn zichzelf te profileren. Er zou veel beter nagedacht moeten worden over de omgang met journalisten en datgene waar zij iets aan hebben. Een gesprek tussen jou en mij is leuk voor jou en mij maar niet geschikt voor in de krant. De krakers bijvoorbeeld deden veel fout maar ze waren perfect in het overbrengen van hun boodschap. Daarom was er een enorme aandacht voor en daar moeten jullie over nadenken.

FvM uit publiek: Ik wil het opnemen voor de beeldende kunst: ik denk dat we wel degelijk in de afgelopen twee jaar veel beter zijn geworden in het formuleren van de urgentie van de kunst, we zijn wel degelijk beter geworden in het formuleren van waarom beeldende kunst ook voor het algemene publiek interessant kan zijn, wat het zou kunnen bijdragen, wat het heeft bijgedragen.

Vrouw vanuit het publiek: Waarom denk je dan dat er niets over in de kranten staan als dat zo is?

FvM uit publiek: Als ik nu naar de kunstpagina’s kijk dan denk ik dat de beeldende kunst nog te weinig aandacht krijgt. Kijk maar eens naar de double spreads in de krant.

Vrouw vanuit het publiek: En waarom is dat zo? Ik schrijf over theater en als ik naar een theatermaker ga dan krijg ik niet een kant-en-klaar verhaal voorgeschoteld, maar hij is bereid om met mij te praten, om aan mij te vertellen waarom hij het doet. Als ik een gesprek heb met een beeldend kunstenaar dan is het wel erg leuk maar ik kan daar niet zoveel mee, daar kan ik geen stuk mee schrijven. En er zijn wel uitzonderingen maar het is heel persoonlijk. Maar dat is vaak ook het probleem: het is vaak heel abstract.

BD: Dat zien wij bij het Mondriaan Fonds ook en we proberen op verschillende manieren een bijdrage te leveren. We gaan bijvoorbeeld door met samenwerken met de AVRO en met het Mediafonds. We hebben net getekend voor een nieuwe serie “Hollandse Meesters,” prachtige portretten waarbij kunstenaars in hun atelier vertellen wat ze doen en waarom. En we gaan door met 4 Art in “Kunstuur” en met een programma dat Mark Manders bij de Biennale van Venetie volgt, dat wordt ook een hele mooie serie. Zoals gezegd, bij de jurering voor de Biënnale hadden we al een journalist uitgenodigd. Het was nog best lastig om dat voor elkaar te krijgen maar achteraf was iedereen enthousiast. Ik vond het heel mooi dat Mark Manders de dag na de jurering naar zijn mening werd gevraagd en hij zei: “Ik ga namens Nederland, namens de samenleving en dan moet je transparant zijn”.

We gaan jaarlijkse startersexposities organiseren naast ArtRotterdam zodat iedere starter die een subsidie heeft aangevraagd en gekregen, daar tentoongesteld wordt, omdat het juist voor jonge kunstenaars niet zo makkelijk is om een podium te vinden. Natuurlijk om aandacht te trekken van de media maar ook van het professionele veld, verzamelaars en bezoekers.

We bekijken ook of we bepaalde kunstenaars als ambassadeurs kunnen inzetten. Daar ligt een rol voor het Mondriaan Fonds. En onze website die wordt helemaal veranderd: we gaan alle aanvragen die gehonoreerd worden meteen laten zien.

JDB: Wat betreft de zichtbaarheid, zouden we ook pilotprojecten kunnen voorstellen ter verbetering van de zichtbaarheid van de presentatie instellingen? Want dat zijn vaak hele kleine organisaties met minder dan 1 fte mankracht. Waar halen ze in godsnaam de tijd vandaan om niet alleen tentoonstellingen te maken maar ook nog aan al die andere eisen te voldoen? Hoe zie je dat voor je in de zin van de zichtbaarheid van de presentatie instellingen als geheel? Ik wil niet de rol van de Zaak NU wegpoetsen – want ik denk dat wij daar ook een bijdrage aan moeten leveren – maar vanuit het Mondriaan Fonds?

BD: Ik kan me voorstellen dat je als presentatie instelling hele originele manieren bedenkt om naar buiten te treden, bijvoorbeeld digitaal. Vernieuwende manier om het publiek te bereiken.

Eelco van der Lingen vanuit het publiek: Hoe zie jij de toekomst, hoe ziet het landschap er over 5 jaar uit?

BD: Ik ben er niet gerust op. De coalitie van de beeldende kunsten wordt toch het meeste aangevallen. Daarom doen we er alles aan om het veld te versterken.

Vroeger was er een stil verbond tussen politici en de kunstwereld en ging er geld naar kunst, dat stond niet ter discussie. Nu hebben we politici die luisteren naar “de burger” en zich veel meer daarop richten. Het ondersteunen van kunst is niet meer vanzelfsprekend. We moeten op alle plekken en op allerlei manieren laten zien dat er zoveel interessants gebeurt. Veel meer dan je maar kunt voorstellen!

FvM vanuit het publiek: Wat ik nog wilde toevoegen met betrekking tot de zichtbaarheid, is dat je ook lokaal invloed hebt als festival. Met de Zuidas naast ons en de hoogste concentratie aan scholen in Amsterdam in de nabijheid, hebben we gemerkt dat het even tijd nodig heeft voordat je zichtbaar wordt maar dat er uiteindelijk wel nieuwsgierigheid is. Het begint. Dat geldt denk ik ook voor de kleine initiatieven. Er is in onze samenleving wel nieuwsgierigheid aanwezig en in samenwerking kunnen we beter begrijpen en verwoorden wat je in huis hebt.

RP: Laten we in ieder geval zeggen dat de samenwerking beter kan, en daar zijn we heel hard mee bezig.