Conceptuele vrijruimte

Korte toespraak voor het ronde tafel gesprek op 3 oktober in Groningen, Waar staan kunst en cultuur in het Groningen van 2020?

Elke open samenleving moet in staat zijn zichzelf en haar waarden steeds opnieuw kritisch te bekijken en her uit te vinden. Deze kritische reflectie vereist een ‘conceptuele vrijruimte’ in het openbaar domein waarin los van gevestigde of economische belangen, geëxperimenteerd kan worden met nieuwe gedachten en ideeën.

Kunst werkt in en vanuit deze ruimte en helpt tegelijkertijd ook de grenzen ervan te definiëren. Hierbinnen kunnen de kunst en haar beoefenaars als autonoom beschouwd worden. Dat wil niet zeggen dat zij los staan van de samenleving, maar dat zij de mogelijkheid hebben de samenleving van ‘buitenaf’ te observeren; zoals een schilder dat doet als hij een stapje terug doet van zijn ezel om het schilderij van een afstand te bekijken.

Vanuit deze vrijruimte vloeien nieuwe ideeën en gedachten die kunnen worden opgenomen in de samenleving. Vaak zetten ze aan tot discussie, brengen nieuwe inzichten met zich mee, of zorgen voor nieuwe ervaringen. De rol en functie van de vrijruimte is het voortdurend bevragen en bedenken van alternatieven voor de status quo – we moeten onszelf en onze waarden blijven bevragen. Dat is een noodzakelijk proces binnen de samenleving, zonder welke de samenleving in zichzelf keert en stagneert.

Het waarborgen van deze vrijruimte is helaas niet vanzelfsprekend – zeker niet in een samenleving, dat zichzelf als het eindpunt van de geschiedenis ziet en wiens enige maatstaf een economische lijkt te zijn.

Het is het standpunt van Platform BK dat de overheid juist garant moet staan voor marktonafhankelijkheid in de kunstsector (en andere sectoren). Zij moet een alternatief bieden door andere verwachtingen te hebben van de kunst waarin zij investeert dan dat het bedrijfsleven of particuliere financierders hebben. Door zich niet blind te staren op een kortetermijnwinst zorgt de investering van de overheid voor continuïteit en een klimaat van vertrouwen, dat van levensbelang is voor het ontwikkelen van nieuwe kwetsbare ideeën en voor de gezondheid van de samenleving op langere termijn.

In de woorden van Esther Polak & Ivar van Bekkum uit het Weerwoord Gesubsidieerde sponsoring

Waar cultuursubsidies het generieke kunstklimaat ondersteunen, richt de commerciële markt zich op één uitverkoren partij en pikt zo de krenten uit de pap.”

Juist in tijden dat de landelijke overheid zich terugtrekt zou het een teken van durf en betrokkenheid zijn als de lokale overheden het belang van kunst zouden begrijpen, de verantwoordelijkheid erover op zich zouden nemen en erin zouden investeren. Dat daar zowel sociale en economische vruchten van te plukken zijn, is al door econoom Gerard Marlet in zijn grote onderzoek Atlas voor gemeenten uitvoerig beschreven. Maar nog belangrijker is, dat de lokale overheid zich dan opwerpt als voorvechter van de precaire vrijruimte en laat zien dat zij begrijpt dat er andere en belangrijkere waarden bestaan die een samenleving binden, dan puur economische.

 

Rune Peitersen okt. 2013