Beeldblind

Dat analfabetisme een probleem is, zullen weinig mensen ontkennen. Je hebt de vaardigheid om letters om te zetten in woorden immers dagelijks nodig om de krant te ontcijferen, de juiste afslag te nemen, of om iets van de menukaart te bestellen. Analfabetisme is dus een directe bedreiging voor het dagelijks functioneren. De kunde om de beelden in je omgeving goed te kunnen lezen is een minder vanzelfsprekende vaardigheid. Deels omdat afbeeldingen binnen kunst, film, televisie of reclame niet op één manier te lezen zijn, en deels omdat velen zich niet bewust zijn van het feit dat er überhaupt iets te ontcijferen valt. Maar in een wereld waar afbeeldingen een steeds dominantere rol innemen, is het verwonderlijk dat deze leesvaardigheid geen essentieel onderdeel uitmaakt van onze opvoeding.

Sinds de bezuinigingen op de kunsten heb ik vaak discussies gevoerd met mensen over waarom investeren in kunst belangrijk is: net zo belangrijk als investeren in zorg, werk en wonen. De mensen waarmee ik dit bediscussieer hebben vaak als argument dat eten op je bord en een dak boven je hoofd een stuk belangrijker is dan een schilderij aan de muur. En inderdaad; als ik zelf weinig geld heb, bespaar ik op boeken of films en niet op eten of op de huur. En precies om deze reden is het zo makkelijk om op kunst en cultuur te bezuinigen. De effecten zijn namelijk niet direct merkbaar. (Tenzij je natuurlijk een van de werknemers bent van de vele orkesten, productiehuizen of culturele instellingen die hun deuren hebben moeten sluiten. Dan merk je het wel degelijk meteen, maar dat terzijde). De samenleving als geheel wordt na de bezuinigingen niet ineens wakker in een cultuurarm land. Dus de vraag is, wat raken we nu eigenlijk kwijt? Wat we kwijt raken zijn die vormen van kunst die de kern vormen van ons collectieve spraakvermogen, onze vrijheid om vorm te geven aan onze gedachten. Dit verlies raakt muziek, film, dans, architectuur, zorg, recht; het beïnvloedt de inrichting van een stad, tot aan de manier waarop we tegen elkaar spreken.

De ontwikkeling van het beoordelen van kunst door middel van bereik en rendement, laat pijnlijk duidelijk zien dat we steeds minder geloven in ons vermogen om iets op waarde te schatten. Het is om die reden dat we ons vastklampen aan het laatste criterium dat we allemaal begrijpen: massa. Ongeacht de taal die we gebruiken, de vorm die we kiezen, de boodschap die we brengen of de vraag die we stellen; 1000 mensen die kijken naar een theatervoorstelling is volgens de wet van de massa altijd beter dan 100 mensen. Ik wens elke kunstenaar een groot publiek toe, maar op het moment dat massa leidend is en inhoud in dienst staat van bereik en rendement, hoeven we ons nooit meer af te vragen of iets goed is of niet, de massa heeft het antwoord dan namelijk al gegeven.

Dus hoe wegen we poëzie en hoe meten we kunst? Wat is een filmpje waard waarin kunstenaar Guido van der Werve op de Noordpool staat en een dag lang tegen de aarde indraait? Waarom moeten we met z’n allen investeren in een kunstenaar als Joost Konijn die in zijn zelfgebouwde vliegtuig over Afrika vliegt, of in Theo Janssen die plastic strandbeesten bouwt die leven van de wind? Het antwoord is heel simpel: we moeten hierin investeren omdat deze kunstenaars ons leren om de wereld te lezen. Als iemand een levend beest kan maken van een paar PVC buizen en wat tiewraps, kijk je toch anders om je heen de volgende keer dat je in de Gamma loopt. Als iemand met een zelfgebouwd vliegtuig kan opstijgen en in Afrika kan landen, wordt je gedwongen om naar je eigen actieradius te kijken. Als het iemand lukt om te ontsnappen aan een beweging waar niemand anders aan ontkomt, wordt het onoverkomelijke ineens een stuk minder onoverkomelijk. Investeren in kunst betekent investeren in ons eigen vermogen om de wereld op een nieuwe manier te lezen. Als men in zou kunnen zien dat deze vaardigheid ons vormt als mens en ons wel degelijk kan helpen bij ons dagelijks functioneren, kunnen we eindelijk af van de hardnekkige misconceptie dat kunst een overbodige luxe is. Het is logisch dat we allereerst denken aan een dak boven ons hoofd, maar als we leren om onze omgeving op een nieuwe manier te lezen, zien we ook dat er meer leegstand is dan er daklozen zijn.

Illustratie: The Things We Are