Verslag van gesprek met OC&W

Vandaag (03 oktober 2014) heeft het gesprek plaats gevonden tussen het ministerie en een delegatie bestaande uit vertegenwoordigers van de Beeldende Kunst en de Podiumkunsten. Deze bestond uit Marianne Versteegh (Kunsten ’92), Tanja Elstgeest, Emke Idema, Remco van Rijn, Iris Daalder, Aukje Bolle, Amos Ben Tal, Thomas Falk, Rune Peitersen (PBK), Lise van Zaalen (PBK) Jonna van ’t Hof (BBK) en Ellen Walraven. Het ministerie werd vertegenwoordigd door Sander Bersee, Henri van Faassen, Christa Monster, Nataly van Driel en Quirine van der Hoeven.

Allereerst: complimenten aan jullie zelf, het gehele veld, voor de constructieve opstelling. Het ministerie is van mening dat we een politiek belangrijk signaal hebben afgegeven door een eendrachtig veld te tonen. Die is alvast binnen!
Verder is het belangrijk dat het ministerie zich open en op zijn beurt zeer constructief heeft opgesteld. En de wens heeft uitgesproken de komende periode in nauwe dialoog met het veld in gesprek te willen blijven.

Onder voorbehoud van de uiteindelijke brief van de minister is het volgende toegezegd:
1) De 5 coaches zijn van tafel.
2) Het talent is leidend. Eerste inzet is dat dit talent vlieguren kan gaan maken. Het gaat om productie-/werkbudgetten.
3) Het betreft nieuw talent, in plaats van jong. Dit kan recent afgestudeerd talent zijn, maar ook een kunstenaar die een nieuw pad inslaat (danser ontwikkelt zich tot choreograaf bijv.)
4) Uitgangspunt is dat vanuit de extra gelden die vrijkomen (door de vijf coaches af te schaffen) er een laagdrempelige regeling komt, waarvan de gelden worden belegd bij de betreffende fondsen.
5) De regeling is regelarm, maakt maatwerk mogelijk en biedt voldoende ruimte voor interdisciplinair werk.
6) Het talent kiest een presentatieplek voor zijn werk, deze presentatieplek kiest ook voor de kunstenaar want verbindt zich op inhoudelijke gronden en ondersteunt de artistieke coaching (of verwijst door).
8) Voor de uiteindelijke uitvoering van deze tijdelijke regeling bij de fondsen wordt de expertise van het veld gebruikt.
9) Het is ook mogelijk dat er meer budget gaat naar bestaande goed werkende regelingen (met name beeldende kunst).
10) Er wordt door OCW opnieuw gekeken naar het budget van leningen van 3 miljoen (revolving funds), naar de omvang ten opzicht van het totale budget in relatie tot de prioriteiten. En er wordt gekeken naar de relatie tussen deze gelden en de werking van het Materiaalfonds bij het Mondriaan Fonds.
11) Er wordt gekeken of de wegwijzer (de verwijzing van talent naar regelingen, werkplekken ed.) een plek kan krijgen binnen het kunstvakonderwijs (i.p.v.  een loket bij Cultuur & Ondernemen). Ook hebben we aangegeven daar zelf verantwoordelijkheid in te willen nemen, bijv. via de branche organisaties.
12) In het uniform subsidiekader van de Rijksoverheid ligt besloten dat de hoogte van een bepaald budget gekoppeld is aan een specifieke verantwoordingsplicht. Dit wil zeggen dat de hoogte van een budget en al dan niet regeldwang samenhangen. Zoektocht wordt gedaan naar het “juiste midden”.
13) Het volgende gesprek met de expertisecentra bouwt dinsdag aanstaande voort op deze inzichten.
14) Het veld wordt betrokken in de visievorming/ meerjarig perspectief op talentontwikkeling in de komende periode. Na het advies van de Raad voor Cultuur en voorafgaand aan de Uitgangspuntennotitie van de Minister zullen er gesprekken plaats vinden. (tussen maart en mei 2015)
15) Kunsten ’92 en deze delegatie menen we dat we als veld al eerder hiermee moeten beginnen en vanaf november aan de slag moeten met een Investeringsagenda.

Het ministerie moet half oktober een brief naar de Kamer sturen omtrent deze talentontwikkelingsregeling (10 dagen voor het begrotingsoverleg op 3 november) daarvoor krijgen we inzicht in het voorstel.

Dat is het voor nu. We zijn blij met deze weg, we realiseren ons terdege dat we de gaten in bestel hiermee niet dichten maar wel een tijdelijke investering in makers en infrastructuur (via de kunstenaars) plegen die meer substantieel is en dichter bij de wensen van het veld ligt dan het oorspronkelijk plan van de minister.

 

Namens de delegatie,
Platform BK