Brief commissie OCW – Uitgangspunten Cultuurbeleid

Geachte Commissielid OCW,

‘Een land zonder kunst is een heel arm land’ stelde Joop van den Ende onlangs in een interview met Eva Jinek. Armoede neemt veel vormen aan en de ergste zijn niet altijd de financiële. Echter weerspiegelen de budgettaire keuzes die we maken, wel de waarden van onze samenleving.

Zoals u weet en wat afgelopen woensdag tijdens het rondetafelgesprek weer zeer duidelijk werd gezegd, hebben de bezuinigingen van de vorige cultuurnota de artistieke, menselijke en economische reserves in de beeldende kunstsector bijna volledig uitgeput. De vaak geroemde veerkracht van de sector blijkt eerder de laatste stuiptrekking te zijn van een gevecht om te overleven, dan een teken van gezond herstel. Het slow burn effect laat langzaam zien wat de daadwerkelijke opbrengsten van de bezuinigingen zijn geweest – uitholling van instellingen en stille armoede onder de makers.

Er is weinig vertrouwen meer in de overheid als serieuze partner. Er is door minister Bussemaker een begin gemaakt om dat vertrouwen te herstellen, de toon is anders. Maar enkel met een vriendelijke toon, kan de sector niet herstellen.

Er is in de huidige cultuurplanperiode 200 miljoen bezuinigd. Bij de beeldende kunst was dat 40% van het totale rijksbudget. Daarbij komen nog de ‘stapeleffecten’ van bezuinigingen op regionaal niveau en de gevolgen van de economische crisis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er tijdens het rondetafelgesprek nagenoeg unaniem werd gesteld, dat het in de sector nu twee na twaalf is. Als er geen aanvullende middelen bijkomen, zullen de ‘succesverhalen’ uit de sector binnenkort geen successen meer zijn.

Met de arbeidsvoorwaarden voor beeldend kunstenaars is het nog altijd slecht gesteld en daar lijkt weinig aandacht voor te zijn. Dat geldt overigens ook voor vele anderen werkzaam in de sector. De precaire situatie waar alle zzp’ers mee te maken hebben,  is in de beeldend kunstsector extra voelbaar. Gemiddeld hebben kunstenaars een inkomen onder het minimuminkomen en iedere aanpassing van de arbeidsomstandigheden – denk aan verhoging van de BTW, afschaffing van de zelfstandigenaftrek – treft hen zeer hard. Er wordt nauwelijks honoraria betaald bij tentoonstellingen, onder meer doordat de instellingen ook met rigoureuze bezuinigingen te maken hebben. Van liefde en passie voor je beroep alleen kan je niet leven.

Nederland kent een zeer rijk en divers kunstklimaat – een brede, rijke ‘humuslaag’ met ruimte voor experiment en verdieping. Juist de breedte van dat onmisbare fundament zorgt voor een klimaat waarin talent zich kan ontwikkelen en rijpen, en het is dit fundament – eerder dan de ‘toppers’ die daaruit zijn gegroeid – wat Nederland tot gidsland maakt. Deze ‘humuslaag’ heeft al vele klappen gehad en wordt bedreigd in haar bestaan.

Platform BK vraagt u dringend om hieraan te denken bij de aankomende hoorzitting. Er is veel kapot gemaakt, maar het is nog te repareren. Als de overheid oprecht wenst dat er een gezond kunstklimaat blijft bestaan, moeten we er als samenleving in durven te investeren en vertrouwen te tonen in de keuzes van de sector. We vragen u om dat wederzijdse vertrouwen te helpen herstellen.

Hoogachtend,

Rune Peitersen            Lise van Zaalen
Voorzitter                     Dagelijks bestuur