Kunstenaars en kunstinstellingen willen een honorariumrichtlijn

Kunstenaarshonoraria zijn zowel voor kunstenaars als kunstinstellingen vaak sluitpost op de begroting. In vervolg op het inventariserend onderzoek kunstenaarshonoraria in Nederland (Ape 2014) hebben de onderzoeksbureaus SiRM en PPMC** het contractproces tussen kunstenaars en kunstinstellingen bij zeven tentoonstellingen geanalyseerd om ‘best practices’ te onderkennen en aanbevelingen te kunnen doen aan kunstenaars, musea en presentatie-instellingen.

Het onderzoek is op verzoek van het veld zelf verricht in opdracht van Beeldende Kunst Nederland (BKNL).* De belangrijkste conclusie is dat zowel musea en presentatie-instellingen als beeldend kunstenaars bereid zijn tot betere afspraken en onderlinge afstemming over honorering te komen. Alle partijen hebben behoefte aan een richtlijn om de contractpraktijk te professionaliseren.

Bij een uiteenlopende representatieve mix van kunstinstellingen in Nederland zijn onderhandelingen over tentoonstellingen onderzocht, die variëren van solotentoonstellingen tot groepsexposities, met binnen- en buitenlandse, zowel startende als meer ervaren kunstenaars. In de praktijksituaties is sprake van de ontwikkeling, de productie en presentatie en soms ook aankoop van nieuw werk van beeldend kunstenaars.

Het onderzoek toont grote verschillen aan in zakelijke professionaliteit zowel bij organisaties als kunstenaars. Intensief overleg vindt vooral plaats over de inhoud. Het contractproces is informeel. Uit het onderzoek blijkt dat zowel kunstenaars als instellingen behoefte hebben aan een handreiking of een flexibele richtlijn om de huidige diversiteit aan afspraken meer te kunnen stroomlijnen en beter te kunnen verantwoorden. Genoemd worden vastlegging van een minimum en een oormerk om het honorarium in de begroting te scheiden van de rest van het tentoonstellingsbudget.

Onderzoeksbureaus SiRM en PPCM doen op basis van de praktijkvoorbeelden een aantal concrete aanbevelingen voor kunstenaars, instellingen en de culturele sector. De belangrijkste: ontwikkel samen op basis van de aanbevelingen een handreiking voor het veld.

Bij de conferentie Cultuur in Beeld op 14 december wordt het onderzoek nader toegelicht door de onderzoekers en besproken met het veld. Mede op basis daarvan zal BKNL besluiten tot concrete vervolgstappen.

De volgende musea en presentatie-instellingen hebben deelgenomen aan het onderzoek: Van Abbemuseum Eindhoven, Frans Hals Museum/De Hallen Haarlem, Stedelijk Museum Amsterdam, Stroom Den Haag, Kunsthal KADE Amersfoort, TENT Rotterdam en De Appel arts centre Amsterdam.

 

Een greep uit het onderzoek:

Citaten:

“Een richtlijn is fijn, maar er moeten wel middelen beschikbaar zijn”

“Geen dichtgetimmerde contracten, maar wel behoefte aan handreiking.”

“Ik ben groot voorstander van het Deense model. Het is een heldere rekensom op basis van waarde en tijd. De overheid moet hier alleen wel geld voor beschikbaar stellen.”

“Subsidie waarbij deel verplicht kunstenaarshonorarium is, werkt”

“Het honorarium moet gescheiden worden van het budget voor een tentoonstelling”

Resultaten:

-In geen van de onderzochte gevallen is het honorarium hoger dan 14% van het productiebudget.

-In slechts twee van de zeven onderzochte casussen speelt een bijdrage van de fondsen (vrijwel) geen rol.

– In slechts een van de zeven casussen stelt de kunstenaar zich bovengemiddeld zakelijk op.

– In slechts een van de zeven gevallen treedt de galerie op als bemiddelaar over de verkoop van het werk.

– Alle organisaties stellen dat voor een verhoging van het honorarium van kunstenaars meer middelen voor organisaties beschikbaar moeten komen; bij krappe budgetten zijn honoraria noodgedwongen laag.

-De hoogte van de fee varieert per casus, maar wordt door het onderzoeksbureau – in relatie tot de tijdsbesteding – als laag beschouwd.

– Het verwachte aantal bezoeken en de entreeprijs maken op – één uitzondering na – geen deel uit van de geraamde inkomsten, ook niet wanneer specifiek voor de tentoonstelling entree wordt geheven.

-In de onderzochte casussen is het honorarium in relatie tot de tijdsbesteding in het algemeen onder het wettelijk minimumloon.

– Mondelinge afspraken worden soms in een laat stadium geformaliseerd, voor zover dat al gebeurt. Na een lange voorbereiding hebben belanghebbenden vaak enkele maanden voor opening nog geen goed beeld van eindbegroting.

-Veel genoemde wensen zijn vastlegging van een minimum voor het honorarium en/of een oormerking van het honorarium in de begroting.


* Beeldende Kunst Nederland (BKNL) is een informeel overleg van organisaties die opkomen voor het belang van beeldend kunstenaars, musea, presentatie-instellingen en galeries in Nederland. BKNL agendeert urgente vraagstukken en onderwerpen die spelen binnen de beeldende kunst. Bij BKNL zijn de volgende organisaties aangesloten: Platform BK, Museumvereniging, FNV Kiem, Kunsten ‘92, de Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars (BBK), de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) en de belangenvereniging voor presentatie-instellingen De Zaak Nu. Het Mondriaan Fonds faciliteert en coördineert de bijeenkomsten.

** Het onderzoek is uitgevoerd door de onderzoek- en adviesbureaus SiRM – Strategies in Regulated Markets en PPCM – Paul Postma Marketing Consultancy.