We told you so..

Vier jaar na de cultuurbezuinigingen van kabinet Rutte I worden alle veroordeelde angsten van de actievoerende kunstsector langzamerhand werkelijkheid. Er is een uitholling van het kunstenveld gaande en het einde is nog lang niet in zicht. Er is minder geld te verdelen en de verdieping en het experiment worden schaarser omdat daarvoor nog weinig draagvlak te vinden is bij beleidsmakers.

Sinds haar oprichting staat Platform BK voor een krachtige argumentatie vóór de kunsten. Daarvoor doet het veel onderzoek naar de beeldende kunst in Nederland en de maatschappij. Platform BK brengt in kaart wat er verdwenen is sinds de bezuinigingen en houdt bij wat er geïnitieerd wordt en van welk geld. De cijfers om de vermoedens over de consequenties van het toen nieuwe beleid te onderbouwen waren er vier jaar geleden niet, daarvoor werd de verbeeldingskracht te rade geslagen.

Inmiddels hoeft er zelfs niet een beetje voorstellingsvermogen aan te pas te komen om de zorgwekkende gevolgen van het door Halbe Zijlstra ingevoerde cultuurbeleid te bevatten. Dat voorstellingsvermogen lijkt wel te ontbreken bij het huidige kabinet, aangezien minister Bussemaker de lijn van Zijlstra gewoon doorzet. Zo gaat er twee miljoen euro van het broodnodige nieuwe budget van tien miljoen euro voor cultuur, naar het stimuleren van bijscholing en het bevorderen van ondernemerschap. Waar hebben we dat eerder gehoord? Ontvangt het Mondriaan Fonds anderhalf miljoen euro dat gereserveerd wordt voor nationale aankopen, maar worden er geen extra gelden voor de presentatie-instellingen vrijgemaakt ondanks meerdere noodoproepen.1 En wordt er in totaal vier miljoen euro uitgetrokken voor festivals die de afgelopen jaren symbool zijn komen te staan voor de ideale cultuuruiting die het grote publiek weet te bedienen. Nu de kamer dan ook op eigen noot voor de aanvraagdeadline van de BIS al twee organisaties heeft veiliggesteld in de regeling, lijk de autoriteit van de minister helemaal zoek.2

Het laatste jaar van Zijlstra’s beleid gaat bijna in en de consequenties zijn overal om ons heen zichtbaar; de basis van de kunst wordt alsmaar kleiner door het wegvallen van steeds meer plekken waar het experiment en de verdieping voorop staan, het marktdenken heeft de beleidsmakers in zijn greep, en de rek is er volledig uit voor de kunstwerker die veelal onder het bestaansminimum leeft. Diegenen die kunnen, zoeken hun heil in kunstvriendelijkere steden in het buitenland. Wat hier overblijft, is een florerende kunsttop, verspreid over een volledig gegentrificeerde conurbatie die een steeds eenzijdigere groep mensen bedient. Want de successen die eind vorig jaar geroemd werden in de pers en die aanleiding waren voor de laffe vraag om een excuus van de kunstsector aan de VVD, waren enkel weggelegd voor een handjevol grote instituten die paradoxaal buiten de markt worden gehouden door de meeste inkomsten binnen te halen uit een stabiele publieke ondersteuning. Want zonder de steun van de overheid redden zij het ook niet.4

De uitholling van de sector is overal in het land gaande, maar nergens zo nadrukkelijk voelbaar als in onze hoofdstad. Door de drastische kortingen op landelijk niveau, is het gemeentelijk beleid nog belangrijker geworden. Wanneer meerdere Nederlandse steden naast elkaar worden gezet, dan zijn er wezenlijke verschillen zichtbaar tussen de plaatsen die de lijn van het nationaal beleid volgen en diegene die er een eigen visie op nahouden. De gemeente Amsterdam is de absolute uitblinker in het gentrificeren van plekken die niet langer voldoen aan de standaarden van een wereldstad die geheel gericht is op toerisme en de elite. Ateliergebouwen in het centrum die jarenlang een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bloei en diversiteit van de stad, moeten plaatsmaken voor temporale broedplaatsen aan de periferie die relatief hoge huurprijzen hanteren en die van de huurders de nodige inspanning verlangen die niet altijd aansluit bij hun praktijk. In het centrum worden vervolgens alle monumentale panden opgekocht door grote projectontwikkelaars, om daar exclusieve hotels met een zogenaamde ‘culturele’ invulling neer te zetten en doen geruchten uit het veld vermoeden dat de samenwerkende kunstenaars daar vrijwel nooit een vergoeding voor ontvangen. Bestaande kunstenaarsinitiatieven verdwijnen en nieuwe krijgen het niet voor elkaar om een plek te vinden, omdat ze zelden aan de eigen inkomstennorm kunnen voldoen of hun belang niet op waarde wordt geschat. Daarvoor in de plaats krijgen we zogenaamde kunstplekken met een dubbelfunctie van biologisch restaurant en/of koffiebar. Geen wonder dat er een stijging te zien is van Amsterdammers die naar die andere grote stad verhuizen waar nog wel schappelijke huurprijzen gehanteerd worden en je relatief gemakkelijk iets kan initiëren.5 Gelukkig dat de recent voorgestelde plannen van de Tweede Kamer niet doorgezet werden, anders had Amsterdam van alle gemeentes nog minder steun voor de beeldende kunsten kunnen verwachten. De plannen om dertien en een half miljoen euro dat bestemd is voor de matching van beeldende kunst- en vormgevingsprojecten over te hevelen van het Gemeentefonds naar de cultuurbegroting is gelukkig van de baan, maar dat er überhaupt zo’n voorstel komt vanuit de Kamer bewijst dat we op weinig steun en visie kunnen rekenen.6

Intussen treden de kunstacademies uit hun voegen door de enorme toestroom van internationale studenten, maar wanneer zij zijn afgestudeerd trekken zij weer weg, aangezien er geen geschikte voorwaarden zijn om in Nederland te blijven. In Amsterdam is de focus op de top zelfs zwart op wit in het atelierbeleid opgenomen; kunstenaars die voldoen aan de ‘toptoets’ krijgen voorrang bij vrijgekomen studio’s.7 Net afgestudeerden en ‘basiskunstenaars’ moeten het doen met een relatief dure plek in de broedplaatsen waar ze niet langer dan vijf jaar kunnen blijven. Als je al een ruimte kan vinden om je kunst te produceren, dan is er vervolgens steeds minder ruimte en budget om het aan een publiek te tonen. Alle culturele organisaties kampen met behoorlijke tekorten en het betalen van de kunstenaar is zelfs op museaal niveau vaak nog een sluitpost in de begroting, zo blijkt wederom uit ons meest recente onderzoek.8 De bijdrages via het Mondriaan Fonds zijn daardoor schaarser maar begeerd geworden en zo is de machtspositie van het enige landelijke fonds voor beeldende kunst enkel toegenomen in plaats van de door vorige staatssecretaris van cultuur beoogde afname..

Toen socioloog en politicoloog Merijn Oudenampsen, zijn feilloze analyse in het tweede Weerwoord van Platform BK schreef, moesten zijn voorspellingen nog waarheid worden.9 Oudenampsen waarschuwde ons toen al terecht: ‘Het is een top zonder basis, als een gebouw zonder fundering’. Die giftige erfenis is een bittere realiteit geworden. Het wordt tijd om de heer Zijlstra eens te vragen om een excuus, want alles waar toen om geprotesteerd werd, is wel degelijk uitgekomen.

 

Illustratie: Yuri Veerman