Naar een richtlijn voor het Kunstenaarshonorarium

Vanaf de jaren 90 heeft iedere Nederlandse regering kunstenaars opgeroepen tot meer ‘ondernemerschap’. Verschillende staatssecretarissen en ministers, met PvdA’er Rick van der Ploeg voorop, dachten dat kunstenaars snel nieuwe bronnen van inkomsten zouden vinden als zij zich meer als ondernemers zouden gedragen, en dat de behoefte aan overheidssteun geleidelijk zou verdwijnen. Dat laatste was natuurlijk het belangrijkste doel: bij het afschudden van ‘de ideologische veren’1, hoorde ook het afschudden van uiteenlopende overheidsverantwoordelijkheden en -taken. De overheid moest kleiner en efficiënter, de ondernemer, die een keuze maakt om eigen verantwoordelijkheid te dragen voor een goede positionering in de markt en actief deelnemen in het spel van vraag en aanbod, werd het ideaalmodel voor de burger. De neoliberalisering van de Nederlandse politiek drong geleidelijk door in alle facetten van de samenleving, ook in cultuur en de beeldende kunsten.

Met forse bezuinigingen op beurzen voor kunstenaars en de afschaffing van de WWIK in 2012 legde Halbe Zijlstra kunstenaars op om nóg meer als ‘ondernemers’ op te treden, zodat ze hun ‘eigen broek konden ophouden’. Het werd daardoor zeer belangrijk de term ‘ondernemerschap’ te specificeren. De kunstenaarspraktijk draait in zijn geheel om het oplossen van artistieke en praktische problemen, en om het onderzoeken van verschillende manieren om hun werk te tonen. Dat gaat gepaard met een compromisloze passie en een enorm doorzettingsvermogen. Deze gedrevenheid en zelfstandige manier van werken zou je als ondernemerschap kunnen omschrijven. De Nederlandse overheid lijkt sinds de jaren 90 echter hoofdzakelijk geïnteresseerd in de financiële aspecten van ondernemerschap. ‘Goed’ of succesvol ondernemerschap staat in dit perspectief gelijk aan geld verdienen, afkomstig van particuliere bronnen. Wanneer de overheid het over ondernemerschap heeft, is het dus wederom een manier om verantwoordelijkheid af te wentelen op het individu – in dit geval de zelfstandige kunstenaar – en aan te sturen op onderlinge competitie. De gedachtegang achter dit perspectief is: het is jouw leven, en jouw verantwoordelijkheid. Ondernemen betekent geld verdienen, als je weinig geld verdient, ben je een slechte ondernemer. Dus, als je als kunstenaar niet genoeg verdient om van rond te komen, ben je een slechte ondernemer. Het gevaar schuilt er hier in dat de stempel ‘slechte ondernemer’ een kwaliteitsoordeel op het kunstenaarschap met zich mee kan brengen, waardoor de vaak zwakke inkomenspositie van de kunstenaar gelijk wordt geschakeld aan slecht kunstenaarschap.

Inmiddels is duidelijk dat een overheid die geen verantwoordelijkheden op zich wilt of durft te nemen, weinig maatschappelijke vertrouwen, cohesie of vooruitgang genereert. Integendeel, als de overheid de verantwoordelijkheid voor bijv. zorg, educatie of cultuur bij de markt of het individu neerlegt, dan wordt een toenemende individualisering en gevoelsafstand tot de overheid in de kaart gespeeld. De burger is verantwoordelijk voor (het succes in) zijn eigen leven, en heeft geleerd daarnaar te handelen. In plaats van een situatie waarin overheid en burger samen nadenken over een gedeelde problematiek wordt een competitieve of zelfs vijandige verhouding tussen overheid en burger in het leven geroepen. Het hieruit voortvloeiende individualisme is vaak zo geïnternaliseerd dat zelfs het erkennen van een gedeeld probleem – zoals de zwakke inkomenspositie van de meeste kunstenaars – voor velen een brug te ver is.

Als je denkt dat jouw succes als kunstenaar gelijk is aan het geld dat je met je kunstenaarschap verdient, dan zal je niet snel toegeven dat je niets of weinig verdient en eigenlijk niet van je beroep kan leven. De overheid schuift graag die verantwoordelijkheid van zich af, en de individuele kunstenaar ziet het als persoonlijk falen. Maar als het speelveld oneven is, dan ligt het probleem buiten de kunstenaar zelf. Individuele verantwoordelijkheid is prima, maar het individu kan structurele of systematische problemen niet alleen doorbreken. Het kunnen benoemen en vervolgens collectiviseren van een dergelijk probleem is duidelijk van groot belang.

Eén van de belangrijkste drijfveren van Platform BK is het mobiliseren van het kunstveld om gezamenlijk op te treden. De zwakke inkomenspositie van beeldend kunstenaars is een onderwerp waar we ons de afgelopen jaren sterk voor hebben ingezet, veelal samen optrekkend met andere organisaties in Beeldende Kunst Nederland (BKNL). Dit informele overlegorgaan liet twee onderzoeken uitvoeren naar de honoreringspraktijk bij tentoonstellingen van beeldend kunstenaars in Nederland. Wat bleek: in 72% van de gevallen ontving de kunstenaar geen honorarium! De onderhandelingsprocessen in aanloop naar tentoonstellingen en de verschillende onderhandelingsposities werden ook onderzocht.

Uit de onderzoeken bleek duidelijk dat zowel kunstenaars als instellingen behoefte hebben aan een richtlijn voor kunstenaarshonoraria. In plaats van te wachten op politiek Nederland, startten de partijen in BKNL een traject met onderzoeksbureau SiRM om vanuit het veld tot een richtlijn te komen voor kunstenaarshonoraria bij exposities zonder verkoopdoel, die de contractpraktijk tussen kunstinstellingen en kunstenaars kan professionaliseren en door zowel kunstenaars als presenterende instellingen gedragen wordt. Die ligt er nu!

We hopen dat de richtlijn een belangrijke bijdrage levert aan het verbeteren van de inkomenspositie van beeldend kunstenaars. Nederlandse organisaties en verenigingen zijn uitgenodigd een convenant te ondertekenen waarmee zij aangeven de richtlijn te ondersteunen en te gaan toepassen. In februari wordt deze officieel gepresenteerd aan de SER en RvC in Den Haag. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk beeldende kunstinstellingen deze ondertekenen, zodat de richtlijn zo breed mogelijk (uit)gedragen wordt en we daadwerkelijk verandering in de inkomenspositie van kunstenaars gaan zien.

Gezien de eindverantwoordelijkheid voor publiek gefinancierde instellingen eigenlijk bij de overheid ligt – diezelfde overheid die de mond vol heeft van ‘ondernemerschap’ – lijkt het Platform BK niet teveel gevraagd om daar ook de overheid op haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever aan te spreken. Met deze richtlijn wordt een eerste stap gezet.

Lees meer en bereken zelf hier: www.kunstenaarshonorarium.nl

Afbeelding: Jan Hoek

  1. Naar een bekende uitspraak uit 1995 van voormalig premier Wim Kok, die de tendens aangeeft van de neoliberalisering van politiek en samenleving in de jaren 90