Maakhaven blijft in Laakhaven!

Voor de serie ‘Betaalbare atelierruimte door collectief zelfbeheer!’ sprak Platform BK in februari 2018 met Coen van Oven en Bas de Boer, twee van de huurders in en initiatiefnemers van Maakhaven, een ateliercomplex in Den Haag. Sinds oktober 2017 is het pand aan de 1e Lulofsdwarsstraat collectief in eigendom van de gebruikers. Tijdens het bezoek werd al snel duidelijk dat er nog wordt geklust aan het pand om het jarenlange achterstallige onderhoud weg te werken en het volledig gebruiksklaar te maken.

 

Joram Kraaijeveld: Wat is de geschiedenis van Maakhaven? Wat voor pand is het? Hoeveel ateliers en werkplekken zijn er in het pand, en hoe is de verhouding kunstenaars en bedrijfjes? En, zijn er ook collectieve ruimtes?

Coen van Oven en Bas de Boer: Maakhaven is al sinds 2002 een atelierpand. Stroom Den Haag had het in bruikleen van de gemeente en verhuurde het aan Stichting Luca. Het pand is gebouwd in 1929 voor de Bataafse Petroleum Maatschappij – een voorloper van Shell – in dit gebied dat aan de petroleumhaven ligt. Tot halverwege van de vorige eeuw had Shell dit pand in gebruik als werkplaats voor benzinepompen. De oorspronkelijke functie van het pand is nog steeds terug te vinden: er was een kantoorgedeelte waar nu grafische bedrijfjes, kunstenaars en architecten zitten, en er waren werkplaatsen in de twee grote hallen waar nu ateliers en werkplekken worden gemaakt. We zijn in totaal met ongeveer veertig artistieke en creatieve ondernemers: kunstenaars, meubelmakers, grafisch ontwerpers en architecten. We hebben een aantal collectieve ruimtes. Er is een kantine die door iedereen gebruikt wordt. Ook is er een grote hal die ook kan worden afgehuurd (ook door derden) voor tijdelijke projecten van bouwkundige aard, grote kunstwerken voor in de openbare ruimte bijvoorbeeld. En we hebben het plan om op termijn ondersteunde horeca aan te bieden bij openbare gelegenheden zoals bijvoorbeeld expo’s, optredens, filmavonden, lezingen en zo meer.

Maakhaven impressie voor- en achterzijde

JK: Hoe is het proces naar collectief eigendom verlopen? Wie waren er belangrijke partners? Wat heeft er voor gezorgd dat het haalbaar is?

CvO & BdB: De gemeente had al meer dan twintig jaar plannen om het pand te herontwikkelen en heeft het zo’n zestien jaar geleden in bruikleen gegeven aan Stroom Den Haag. Stroom had een huurcontract met Stichting Luca afgesloten en daarmee feitelijk het tijdelijk beheer aan de stichting gegeven. We zaten hier een lange tijd goed totdat we op 1 januari 2014 een waarschuwing ontvingen dat we over 6 maanden eruit moesten. We zochten contact met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, maar dat leverde niets op. De Haagse Stadspartij kreeg te horen dat wij het pand uit moesten en op zoek waren naar een oplossing. Zij realiseerden dat de Gemeente wilde saneren en adviseerden ons dat herontwikkeling van het pand een mogelijkheid was. We hadden nooit het idee gehad om het pand aan te kopen, maar door dit nieuws gingen we toch op zoek naar mogelijkheden om te blijven.

Toen hebben we met advies van de Haagse Stadspartij een plan geschreven: ‘Laat Maakhaven in Laakhaven’. Dit plan is als initiatiefvoorstel voorgelegd aan de gemeenteraad die er unaniem mee instemde. Het contact met de Haagse Stadspartij was ontzettend belangrijk, dat opende deuren bij de gemeente. Zeker toen de partij van oppositie naar college ging in 2014 en Joris Wijsmuller wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur werd. Dit gaf mogelijkheden om constructief met de gemeente in gesprek te gaan. In onderhandeling met de gemeente werd duidelijk dat grond en opstal in erfpacht mogelijk was. Hierdoor werd het financieel mogelijk om met een hypotheek van de Triodos Bank het pand te herontwikkelen. Daarnaast was Stroom Den Haag belangrijk door de gemeente erop te wijzen dat er te weinig betaalbare werkplekken in Den Haag zijn. Uiteindelijk hebben we het voor elkaar gekregen door een optelsom van dingen: bestuurlijke daadkracht, politieke wil, eigen inzet. We hebben een kleine opstartsubsidie gekregen om dit ateliercomplex permanent en betaalbaar te maken.

Haagse Stadszagerij in de projecthal van Maakhaven in 2014.

JK: Hoeveel zelforganisatie is er nodig? Of waar hebben jullie hulp bij gehad?

CvO & BdB: Het is een enorme klus geweest en de zelfredzaamheid is hoog. Het bestuur van Stichting Luca heeft zich als een projectontwikkelaar moeten inspannen met het maken van plannen voor de financiering, de verbouwing, de brandveiligheid, het collectief eigendom, de exploitatie en ook voor voldoende bezettingsgraad en toewijzing. Er was al een grote groep van huurders waarin een kleine kern met voldoende doorzettingsvermogen en vastberadenheid dit voor elkaar wilde krijgen. Iedereen was wel gemotiveerd, maar niet iedereen kan of wil er zo veel tijd in steken: het betekent wel dat je moet inleveren op je eigen praktijk of je privéleven. We hebben op een zeker moment ook Marieke van Ouwerkerk als projectleider ingehuurd om de kaders te bewaken en de vaart er in te houden. Ook hebben we Roel van Cromvoirt om advies gevraagd in vastgoed zaken en om de onderhandelingen te doen met de Dienst Stedelijk Ontwikkeling. Daarnaast hebben we ook iemand binnen de groep ingehuurd die allerlei professionele partijen – van loodgieters tot dakbedekkers – kan aansturen.

JK: Wat is jullie organisatie- en rechtsvorm? Waarmee moet wat dit betreft rekening gehouden worden?

CvO & BdB: We zijn een stichting met een bestuur die al doende wijzer en volwassen is geworden. Coen en ik willen graag het stokje van bestuurder doorgeven aan een nieuwe generatie, en zelf meer in een soort raad van toezicht plaatsnemen. Dat is ook nodig om ervoor te zorgen dat Maakhaven zichzelf voortdurend blijft uitvinden binnen de oorspronkelijke kaders.

Presentatie behoud Maakhaven in 2013

JK: Hebben jullie hulp gehad van andere panden of kennis die is opgedaan bij andere projecten?

CvO & BdB: In het proces hebben we contact gehad met de WAR in Amersfoort, de Vechtclub XL in Utrecht en Het Domijn in Weesp. Het lastige is dat iedere situatie toch weer net iets anders is. We hebben ook veel contact gehad met de mensen van De Besturing, een broedplaats in de wijk Binckhorst in Den Haag die ook hun pand hebben aangekocht. Ze gingen door een heel vergelijkbaar proces, maar zij zaten er met een tijdelijk contract en hoefden er nog niet uit. Wel wisten we beiden dat we een permanente status wilden en dat dit alleen door collectief aankoop mogelijk werd. Maar De Besturing moest op zoek naar een andere oplossing, omdat het erfpachtcontract dat wij hebben bij hen niet mogelijk was.

JK: Met welke wet- en regelgeving hebben jullie te maken? Wat waren de uitdagingen?

CvO & BdB: De gemeente heeft een aantal instrumenten die het in combinatie met politieke wil voor ons mogelijk gemaakt hebben. Bijvoorbeeld, bepalend voor de waarde van het pand is het bestemmingsplan, wat in ons geval van lichte industriefunctie naar een culturele bestemming is gegaan. Deze randvoorwaarde zorgt ervoor, met een erfpachtcanon die vijfjaarlijks wordt bepaald, dat het betaalbaar is. Het is belangrijk om te stellen dat erfpacht geen staatssteun is, het is een marktconform percentage. Het gaat er bij bestemmingsplannen wel om hoe je als politiek wilt dat de stad eruit zit. Je kunt streven naar winstmaximalisatie per vierkante meter met extreem hoge woontorens, of kiezen voor een meer dynamische, leefbare stad waarin de gebruikers van de ruimte ook iets te zeggen hebben.

JK: Hoe gaan jullie om met duurzaamheid? Zowel met beheer van het pand als met de organisatie?

CvO & BdB: De wens om het pand duurzaam te maken is er, maar het is op dit moment nog niet financieel haalbaar. We hebben al wel gekeken of er zonnepanelen op het dak kunnen, maar de constructie kan dat niet aan. Als de verbouwing voorbij is, komt er wel ruimte om het pand verder te verduurzamen. Maar we zitten voorlopig nog volop in andere klussen. En soms hebben we ook te maken met wat tegenslag. Twee weken geleden heeft een aannemer op de kavel hiernaast met werkzaamheden zowel de gasleiding als de riolering beschadigd. Dat moet nu eerst worden hersteld.

Harold de Bree, Onderzeëer VXII, 2005, gemaakt in Maakhaven.

JK: Wat vormt de ideologische achtergrond van het collectieve eigendom en de zelforganisatie?

CvO & BdB: We vinden zelfredzaamheid en D.I.Y.-mentaliteit belangrijk. En we willen dat de gebruikswaarde van het pand voorop staat. Deze ideeën gaan gepaard met praktische doelen: het betaalbaar houden van werkruimtes voor de maakindustrie, voor de creatieve en artistieke ondernemers. We willen betaalbare werkplekken voor een doelgroep die zelf de eigen werkplek wil en kan vormgeven. Vandaar ook dat we klusatelier-kavels hebben, die huurders naar eigen wens kunnen inrichten. We kunnen onze eigen omgeving vormgeven omdat we daar de capaciteit voor hebben. Juist die inventiviteit van de maakcultuur zorgt ervoor dat Maakhaven een plek is waar kruisbestuiving voortdurend plaatsvindt. Het is een kenniscentrum van de maakindustrie. Een maakindustrie die terugkomt in de binnensteden in Nederland. Misschien een ander jasje dan in begin twintigste eeuw maar wel in hetzelfde gebouw uit de jaren ’20, dat daarom op een zekere manier als industrieel erfgoed kan worden beschouwd. De veelzijdigheid van de huurders zorgt ervoor dat alles mogelijk is. En veel van de activiteiten die hier plaatsvinden zijn vervolgens weer terug te vinden in de stad op festivals, tentoonstellingen, voorstellingen, in de publieke ruimte, enzovoort. We dragen op die manier bij aan de lokale economie, het culturele klimaat, aan de gebiedsontwikkeling en al met al aan de leefbaarheid van Den Haag.

Jan Körbes en Denis Oudendijk, Containosaurus, 2009, gemaakt voor Lowlands in Maakhaven.

Over de serie Betaalbare atelierruimte door collectief zelfbeheer!

Platform BK maakt een serie interviews met kunstenaars, ambachtslieden, initiatiefnemers en creatieve makers die hun woon-werkpand, ateliercomplex of broedplaats in hoge mate van zelfbeheer en soms ook in collectief eigendom hebben. Dit om een hoopvol geluid tegenover de landelijke trend te zetten: geen schaarsere, duurdere en flexibelere werk- en atelierruimtes, maar collectief ondernemerschap, zelforganisatie, burgerinitiatief en herontwikkeling door gebruikers om duurzame, sociale en creatieve werkplekken te creëren.

Ondanks de tendens van een toenemend tekort – door uitverkoop van gemeentelijk vastgoed en invoering van kostprijsdekkende huur, verkoop van atelierwoningen en -panden door woningbouwcorporaties, een aantrekkende vastgoedmarkt met vermindering van leegstand, gemeentelijk atelierbeleid dat inzet op doorstroming en tijdelijke contracten – zijn er in verschillende steden in Nederland door creativiteit, zelfbeheer, doorzettingsvermogen en lokale politieke steun verschillende creatieve werkcomplexen behouden of gecreëerd. De interviews geven inzicht in de lange en trage processen, met hun sleutelmomenten, twijfels en successen, die leerzaam en inspirerend kunnen zijn voor anderen.