Open brief aan Amsterdamse Wethouders Kunst, Vastgoed & Democratisering

Aan Wethouder Kunst en Cultuur en Vastgoed, T. Meliani en
Wethouder Sociale Zaken, Diversiteit, Democratisering, R. Groot Wassink
Amstel 1
1011 PN Amsterdam

 

Amsterdam, 16 oktober 2018

 

Betreft: brandbrief vastgoed en gezond kunstklimaat

 

Geachte mevrouw Meliani, heer Groot Wassink,

 

Graag delen wij met u twee grote zorgen die leven onder kunstinstellingen, beeldend kunstenaars, vormgevers, curatoren, liefhebbers en bewoners van Amsterdam. Hierbij vragen wij u namens de ondertekenaars om een actieve rol op te nemen om een voorwaartse beweging te bewerkstelligen die nodig is om een vitaler beeldende kunstenveld in Amsterdam te creëren.

Directe aanleiding van deze brief zijn de enorme huurverhogingen van Framer Framed en andere instellingen onder de Tolhuistuinkoepel, zonder de compensatie die hen wel in het vooruitzicht was gesteld. Dit is natuurlijk een onacceptabele situatie en schadelijk voor het cultuurhuis Tolhuistuin en het kunstklimaat in Amsterdam.

Sinds het wegbezuinigen van SKOR en NIMk, het wegvallen van SMART Project Space, het versoberen van De Appel, en het halfslachtige saneren van SMBA, is het kunstenveld in Amsterdam aan het verdrogen. Nu staan twee middelgrote beeldende kunstinstellingen met internationale zeggingskracht in het Amsterdamse kunstenveld onder druk vanwege huisvestingsproblematiek. Framer Framed ziet zich geconfronteerd met een onbetaalbare huurstijging vanwege gemeentelijk vastgoedbeleid en De Appel zit op de schopstoel vanwege de toenemende tijdelijkheid in het broedplaatsenbeleid. Het meest concrete plan om een hernieuwde middelgrote instelling te creëren, ligt bij het voornemen van het Stedelijk Museum om in de volgende kunstenplanperiode een nieuw SMBA op te richten. Er is helaas weinig vertrouwen in het verwezenlijken van deze ambitie, aangezien er ruim twee jaar is gewacht op het onderzoeksrapport waar de ambitie uit voortkomt. Bovendien is het onzeker of de nog te vinden artistieke directeur van het Stedelijk Museum tijdig zal worden aangesteld om deze ambitie te realiseren. Zonder stimulans van u ziet de toekomst van deze instellingen, en daarmee het beeldende kunstenveld in Amsterdam, er abnormaal somber uit.

De andere zorg bestaat eruit dat kunstenaars zich niet kunnen wortelen in de stad. Enerzijds mogen kunstenaars enkel twee maal 5 jaar een atelier in een broedplaats huren. Anderzijds heeft de gemeente huurverhogingen van de ateliers in de slinkende, dynamische voorraad doorgevoerd, waarvoor de gemeente vervolgens een vooralsnog tijdelijke compensatievergoeding beschikbaar heeft gesteld.[1] Deze ogenschijnlijke kleine wijzigingen in het beleid van uw voorgangers zijn niet alleen een enorme klap in het gezicht van de kunstenaars en jonge makers aan de Amsterdamse kunstacademies, maar getuigen ook van beleidsmatig rendementsdenken dat geen rekenschap geeft van de noodzaak van een vitale kunstecologie en hoe deze te ondersteunen. Voor een dynamisch kunstenveld is een humuslaag nodig waarin ruimte bestaat voor permanent experiment en levenslange ontwikkeling. In het huidige atelier- en broedplaatsenbeleid neemt tijdelijkheid een dusdanig grote rol in dat het zowel financiële, menselijke als culturele kapitaalvernietiging tot gevolg heeft.

Het is een irreële verwachting dat u beide zorgen stante pede weg kan nemen, maar met de portefeuilles kunst en cultuur, vastgoed en democratisering als uw beider verantwoordelijkheid heeft u wel mogelijkheden om binnen afzienbare tijd voor verbeteringen te zorgen. Een oplossingsrichting voor de middelgrote beeldende kunstinstellingen ligt bij het beschikbaar stellen van panden uit het gemeentelijk vastgoed, een budgettair neutrale overgang naar kostprijsdekkende huur realiseren zoals de Amsterdamse Kunstraad adviseert[2], anderszins maatschappelijke huurprijzen hanteren voor het maatschappelijk vastgoed en de gesprekken met instellingen voortzetten. Een oplossingsrichting voor een beter atelier- en broedplaatsenbeleid ligt niet bij meer budget voor tijdelijkheid maar bij meer vertrouwen in duurzaamheid, democratisering en de waarde van kunst voor de stad. Collectief beheer of coöperatief eigendom van de ateliergebouwen en woon-werkpanden maakt lange termijn investeringen en verduurzaming mogelijk en geeft huurders meer zeggenschap. Dat vormt niet alleen de goede voorwaarden voor kunstenaars om zich te kunnen binden aan de stad en haar mede vorm kunnen geven, maar is uiteindelijk ook financieel aantrekkelijker voor de gemeente.

Kortom, er is dringend een antwoord nodig op hoe maatschappelijk vastgoed ten dienste kan staan van maatschappelijke doelen en om met de beeldende kunstsector samen te werken aan een vitaler beeldende kunstenveld in Amsterdam. Wij verwachten dat het uw inzet is om Amsterdam aantrekkelijk te houden door plek te bieden aan de vele diverse stemmen die de stad rijk is en zo het democratische functioneren van de stad te vergroten, een tegengewicht te bieden aan de verdergaande commercialisering van het maatschappelijk vastgoed, en dat u deze ambities concreet vertaalt in daden.

 

Met vriendelijke groet,

 

Joram Kraaijeveld,
Inhoudelijk directeur Platform BK

Peter van den Bunder,
Belangenbehartiger Kunstenbond

Hans Schamlé,
Platform Ontwikkelinstellingen p_Oi

Bart Stuart,
kunstenaar & actieplatform FAIRcity

Loek Schönbeck,
Secretaris Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars

 

 

[1] Wij zijn overigens zeer benieuwd naar de stand van zaken betreffende de subsidieregeling ter compensatie van de invoering van de kostprijsdekkendehuur die locoburgemeester Eric van den Burg in zijn brief aan de commissie Jeugd en Cultuur op 28 november 2017 aankondigde. De beslissing zou hierover zou voor 2019 moeten worden gemaakt.

[2] Zie brief Amsterdamse Kunstraad van 27 september 2018 betreffende Huurverhogingen huurders Tolhuistuin.

 

 

Cc: Raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering