Platform Beeldende Kunst Afstudeerders kunstacademies verdienen meer grip op hun toekomst – Platform BK






B

Afstudeerders kunstacademies verdienen meer grip op hun toekomst

Platform BK en ondertekenaars roepen het management van Nederlandse kunstacademies op: bereid studenten beter voor op de weerbarstige economische realiteit van de cultuursector, zonder te vervallen in clichés van artistieke autonomie of cultureel ondernemerschap.

13/12/2021




Aan: de Colleges van Bestuur en het management van de Nederlandse kunstacademies

 

Toekomstige generaties kunstenaars verdienen het voorbereid te worden op de weerbarstige realiteit van de arbeidsmarkt van de cultuursector.[i] Te vaak en al te lang horen wij van pas afgestudeerde kunstenaars dat zij nauwelijks een idee hebben van hun professionele toekomst of hoe ze die kunnen vormgeven.[ii] We vinden het daarom moeilijk te begrijpen dat veel afstudeerders nauwelijks ‘nee’ durven te zeggen tegen onderbetaalde arbeid; niet hebben nagedacht of en hoe ze hun werk willen verkopen; werken zonder kennis van de Fair Practice Code of de Richtlijn Kunstenaarshonoraria; geen idee hebben van de vakbonden en beroepsorganisaties die hen representeren; geen ervaring hebben met fondsaanvragen, (loon)onderhandelingen, of het doen van een belastingopgave; nooit gehoord hebben van broodfondsen of coöperaties; zich niet bewust zijn van het feit dat de meeste kunstenaars een ‘hybride praktijk’ hebben en feitelijk leven van inkomen uit bijbanen; de mores van mecenaat niet kennen; niet weten welke (publieke en private) geldstromen er in de cultuursector bestaan of zelfs maar wat het gemiddeld inkomen van een kunstenaar in Nederland is. Hierdoor ervaren veel afstudeerders van kunstvakonderwijs een stressvolle, emotioneel zware landing in een al problematische arbeidsmarkt.[iii]

Dit gebrek aan kennisuitwisseling over de professionele kunstpraktijk valt niet te wijten aan individuele docenten, maar past binnen een beeld van ongevoeligheid voor maatschappelijke ontwikkelingen op bestuurlijk en sectoraal niveau dat zich het afgelopen jaar steeds sterker heeft afgetekend. Het ene na het andere rapport verschijnt over sociale onveiligheid bij kunstopleidingen.[iv] Studenten die maatschappelijke discussies willen voeren op de academies worden tegengewerkt.[v] En docenten en belangenbehartigers worden door slechte arbeidsomstandigheden genoodzaakt actie te voeren tegen schijnzelfstandigheid, draaideurcontracten en de te hoge werkdruk.[vi]

Wij steunen deze studenten en docenten die het kunstvakonderwijs willen verbeteren, en voegen een dringende suggestie aan de lijst toe. Kunstacademies moeten in hun curriculum meer aandacht besteden aan de voorbereiding op de beroepspraktijk; de studenten worden immers opgeleid voor een sector waar precariteit heerst. Het is hoog tijd dat kunstacademies hun verantwoordelijkheid nemen en zorg dragen voor de kennisoverdracht die afstudeerders de instrumenten geeft om zich voor te bereiden op een toekomstige carrière. Concreet willen we daarbij aandringen op aandacht voor vier punten:

  1. Ontwikkel vakken in het tegengaan van precariteit. Alumni worden op dagelijkse basis geconfronteerd met het feit dat deze nog niet bestaan. De programma’s van kunstacademies moeten daarom uitgebreid worden met gezamenlijke fondsaanvragen, rollenspellen in het onderhandelen of opstellen van een begroting, experimenten met het opzetten van broodfondsen en blockchain-schenkkringen, en andere praktische handvatten om te overleven in de cultuursector.
  2. Ondersteun maatschappelijk engagement en zelforganisatie. Een actieve, maatschappelijk bewuste houding is essentieel om je weg te vinden in de kunstwereld. Daarom verdienen studenten ondersteuning bij het opzetten van strategieën, petities, leesgroepen en initiatieven als gemeenschapskeukens en collectieve woon- werkpanden. Hierin kunnen kunstacademies een voorbeeld nemen aan initiatieven als Cultural Workers Unite, Tools for the Times en No More Later, die belangrijke discussies aanwakkeren over o.a. arbeid, gentrificatie, internationalisering en vermarkting.
  3. Geef een eerlijk beeld van de wereld na de academie. Kunstacademies behoren hun studenten te informeren over het fondsenlandschap, de huizenmarkt, de inkomstenbronnen van alumni – en de alternatieven op deze gebieden. Het zou goed zijn organisatoren van zelfbeheerde atelierpanden uit te nodigen voor gastlessen; Q&A’s te houden met galeristen en filantropen; bezoeken af te leggen aan alumni; bespreekbaar te maken wat een gezonde balans is tussen kunstpraktijk en bijbaan; samen uit te zoeken wat voor kansen en valkuilen ‘gig platforms’ bieden; kortom, aandacht te schenken aan vragen die studenten hebben over de beroepspraktijk.
  4. Betrek studenten in institutionele ontwikkelingen. De precariteit van de cultuursector is het gevolg van politieke en ideologische keuzes. De oplossing ervoor is daarom ook politiek. Kunstacademies moeten deze politieke strijd onderkennen en ondersteunen, te beginnen binnen hun eigen institutionele kaders. Daarvoor kunnen ze medezeggenschapsraden (financieel) ondersteunen in het aangaan van gesprekken met studenten, de positie van studentenraden versterken, studenten meer zeggenschap geven in de ontwikkeling van beleid, of welke andere vorm van politieke en institutionele betrokkenheid maar kan worden gefaciliteerd.

Dit is niet te veel gevraagd. Integendeel, het is het minste dat academies kunnen doen. Na twee jaar coronacrisis is meer aandacht voor arbeidsomstandigheden en professionele competenties in het onderwijs voor de hele sector van cruciaal belang. Op dit moment kunnen namelijk alleen die studenten kunstenaar blijven, die ofwel in de smaak vallen op de kunstmarkt, ofwel een sterk (financieel) vangnet hebben. Degenen met minder privilege kiezen een ander carrièrepad. Dit geldt vooral voor het groeiende aantal studenten van buiten de EU, die naast hun torenhoge collegegelden vaak kampen met problemen rond visa, bijbanen en huisvesting. Als kunsthogescholen hun vaak gehoorde mooie woorden over kansengelijkheid en inclusie menen, zullen ze tot een simpele conclusie komen: de kunstwereld blijft een elitair bastion, zo lang we niet beter zorgen voor de toekomstmogelijkheden van kunststudenten – of zij nu marktsucces hebben, of rijke ouders, of geen van beide.

Ondanks deze grote, overduidelijke urgentie, gebeurt er te weinig. Twee typische rechtvaardigingen spelen hierbij vaak een rol. En beide zijn terug te voeren op een cliché dat doorbroken kan worden.

Sommige academies denken precariteit terug te dringen door het stimuleren van cultureel ondernemerschap. Dit is een misvatting. Het begrip ‘cultureel ondernemerschap’ heeft een zekere waarde, maar is bij lange na niet afdoende om de arbeid in de cultuursector te beschrijven. Het is weliswaar zo dat een groot gedeelte (70%) van de werkenden in de cultuursector ZZP’er is, maar dit heeft weinig te maken met een bewuste keuze voor ondernemerschap. Kunstenaars en cultuurwerkers werken nu eenmaal vrijwel altijd projectmatig, met veel kleine instellingen, relatief kleine teams en (erg) kleine budgetten. In deze situatie is het aangaan een loonverband bij culturele instellingen soms ongewenst (kunstenaars houden van flexibiliteit), maar vaak ook simpelweg onmogelijk. In plaats van ondernemerschap, hebben we hier dus te doen met de gefragmenteerde, geflexibiliseerde aard van arbeid in de cultuursector, waarvoor het aan maatschappelijke vangnetten en sociale zekerheid ontbreekt.[vii] In plaats van stimuleren van cultureel ondernemerschap, kunnen deze academies hun studenten beter wapenen tegen de realiteit waar de kunstwerker als flexibele dagloner wordt behandeld.[viii]

Een andere groep academies gaat niet mee in de tendens van cultureel ondernemerschap, maar gaat juist de andere kant op. Zij behandelen het onderwerp ‘geld’ überhaupt niet, omdat dit de autonomie van studenten zou ondergraven. Voorbereiding op de arbeidsmarkt heeft echter niets te maken met de lastige discussie rondom autonomie. Natuurlijk is (artistieke) vrijheid essentieel in kunstonderwijs, maar overlevingstechnieken in de sector zijn dat ook. Studenten moeten zich op onverwachte manieren kunnen ontwikkelen, initiatiefrijk en maatschappijkritisch kunnen zijn. Maar professionele onwetendheid leidt niet tot artistieke vrijheid. Vrijheid komt vanuit maatschappelijk bewustzijn van de eigen positie en het vermogen daar zelf over te beschikken.

De tijd is rijp voor kunstacademies om nieuwe manieren te ontwikkelen om verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst van hun studenten. Besteedt meer tijd en aandacht aan hun voorbereiding op kunstenaarschap in de praktijk. Verval niet in clichés over cultureel ondernemerschap of autonomie, maar wees eerlijk over de arbeid in de kunst. Dan kunnen afstudeerders kritisch, zelfstandig en met gelijke kansen hun maatschappelijke positie bepalen.

 

Mocht u vragen hebben, wat wij ons kunnen voorstellen, dan kun u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.

Namens Platform BK en ondergetekenden,
Sepp Eckenhaussen, co-directeur

 

Ondertekend door

Martin Alonso, alumnus, Gerrit Rietveld Academie
Sol Archer
Tasha Alrova, afstudeerder, Gerrit Rietveld Academie
Lila Athanasiadou, Willem de Kooning Academie
Koen Bartijn, co-directeur, Platform BK
BBK
Delphine Bedel, kunstenaar en onderzoeker
Lola Bezemer
BOK, Beroeps Organisatie Kunstenaars
Morgane Billuart, alumni, Gerrit Rietveld Academie
Stephan Blumenschein
Thomas Bragdon, docent, KABK
Elena Braida
ENT, Ensemble Nieuwe Theaterwerkers
Dorin Budușan, student DOGtime, Gerrit Rietveld Academie
Peter van den Bunder, belangenbehartiger beeldend, Kunstenbond
Lenn Cox, Practice Plan mentor, ArtEZ MA Practice Held in Common
Irene de Craen, alumna, KABK, oud-docent, GRA (etc.)
Cultural Workers Unite
Rebecca Cushera, student TXT, Gerrit Rietveld Academie
Zoë Dankert en Alix de Massiac, Werktitel
Eloïse Dieutegard, alumn van de Gerrit Rietveld Academie
Hanneke Dikboom
Dr. Mijke van der Drift, docent, Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst
Andrea Elera, graduate alumni, ArtEZ
Rineke Engwerda, kunstenaar, alumnus AKI
Lauren Fong, MediaLab Sandberg Institute
Marlou van Gennep – Jansma, Makerting
Dr. Florian Göttke, kunstenaar en docent
Vera Gulikers, kunstenaars
Ana-Maria Gușu, student grafische vormgeving
Sterre Herstel, Darkmatter Collective
Mirjam Hijstek, coach voor kunstenaars
Tim Hollander, kunstenaar
Rosa Johanna
Annette Krauss, kunstenaar en docent, HKU
Giorgia Lo Faso
Silvio Lorusso, universitair hoofddocent, Center for Other Worlds (Lusófona Universiteit Lissabon)
Geert Lovink, Instituut voor Netwerkcultuur
Alina Lupu, kunstenaar en algemeen bestuurslid, Platform BK
Sanja Medic, kunstenaar en tutor, Fine Arts, KABK
Polina Medvedeva
Francine Mendelaar, Fonds Kwadraat
Mylou Oord
Marina Orlova, alumn, SNDO, Amsterdam Academy of Theatre and Dance
Johannes Reisigl
Rune Peitersen, docent, St. Joost en algemeen bestuurslid Platform BK
Falke Pisano, kunstenaar en docent
Marthe Prins, KABK, DAE
Mirre Yayla Séur, alumni, Gerrit Rietveld Academie
Koen van Seuren en David Westera, Stichting Antiklimax
Rosa Sijben, kunstenaar en docent
Asia Skupińska, afstudeerder, Gerrit Rietveld Academie
Lidewij Sloot
Rein Jelle Terpstra, beeldend kunstenaar, docent, Academie Minerva
Gizem Üstüner
Wilma Vissers
Mirjam Westen, conservator hedendaagse kunst, Museum Arnhem
Niels Andree Wiltens, Rijksakademie van beeldende kunsten
Hermelinde van Xanten, Kunstloc Brabant
Jue Yang
Juha van ’t Zelfde

Wil je deze brief mede ondertekenen? Stuur dan een mail aan kantoor@platformbk.nl, met vermelding van de naam waarmee en/of organisatie namens welke je wilt ondertekenen.

 

Post-scriptum

Deze brief is een uitkomst van het Post-Precarity Autumn Camp, georganiseerd door Platform BK in samenwerking met het Instituut voor Netwerkcultuur en Hotel Maria Kapel. Meer teksten en onderzoek over de positie van (beginnende) zelfstandigen op de arbeidsmarkt van de cultuursector zijn te vinden op de projectpagina van Our Creative Reset.

Een ingekorte bewerking van deze brief verscheen als opiniestuk in Het Parool van vrijdag 10 december 2021. Deze is ook online te vinden.

Deze open brief werd geherpubliceerd op de website van Mister Motley.

Silvio Lorusso schreef een uitstekend addendum op deze open brief. Zijn kernpunt: ‘A previous version of the letter advocated for an “economically responsible art education”. The big question is: how do we define economic responsibility? Here, I’d like to give a pointer towards a possible answer, linked to point 3 of the letter. Economic responsibility is not just financial literacy. Sure, students need to know how to write invoices, but economic responsibility goes beyond that. One way in which art academies can be more economically responsible is by strengthening the research into the lives of their students after graduation. The data available is often fragmented, hard to find, superficial, too broad (on the scale of a country or even a continent) and frequently comes from the work of students themselves who use their thesis time for this kind of inquiry. Furthermore, exceptionalism is the norm: cherry-picked successful alumni are invited to give career tips to young students, reinforcing biased representations of professional fulfillment. Instead of externalizing surveys and cherry-picking success, art academies should be the ones that dedicate in-house resources to develop a rigorous, localized picture of economic life after graduation.’

 

Noten

[i] Zie ‘Passie gewaardeerd’, een rapport over de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector van de Sociaal-Economische Raad en de Raad voor Cultuur, https://www.ser.nl/nl/publicaties/passie-gewaardeerd.

[ii] Een kort voorbeeld: van 27 september t/m 1 oktober 2021 organiseerde Platform BK in samenwerking met Hotel Maria Kapel en het Instituut voor Netwerkcultuur het Post-Precarity Autumn Camp: How to Survive as an Artist. De twintig deelnemers waren recente afstudeerders van zes verschillende kunstacademies in Nederland. Vijf dagen lang behandelden we belangrijke thema’s uit de werkpraktijk van hedendaagse kunstenaars: werken in de gig economy, geldstromen in de cultuursector, experimenten met crypto, gezond en gelukkig blijven en duurzame zelforganisatie. Hoewel de week inspirerend was, had deze een bittere bijsmaak. Vrijwel zonder uitzondering vroegen de deelnemers zich af: ‘Waarom hebben we dit nooit geleerd tijdens onze opleiding?’

[iii] Dit probleem wordt in het sectoroverleg van het kunstvakonderwijs erkend. Zo valt in de ‘KUO NEXT sectoragenda 2021-2025’ te lezen: ‘De beroepsvoorbereidende lijn is met het sectorplan Focus op Toptalent en de sectoragenda KUO NEXT sterk neergezet en krijgt in de opleidingen veel aandacht. […] Ondanks deze aandacht […] geven studenten vaak aan dat ze zich niet genoeg voorbereid voelen op de kunstpraktijk en het zelfstandig ondernemerschap.’

[iv] Zie bijvoorbeeld: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/artikel/5234547/landelijk-onderzoek-sociale-veiligheid-onderwijsinspectie-kunstonderwijs.

[v] Zie bijvoorbeeld: https://versbeton.nl/2021/06/protest-studenten-van-willem-de-kooning-academie-om-verwijdering-free-palestina-banner/  en http://www.metropolism.com/nl/features/44884_how_student_led_artist_initiatives_are_changing_the_institution_from_within.

[vi] Kunstenbond overweegt op dit moment zelfs juridische stappen tegen de Gerrit Rietveld Academie, https://kunstenbond.nl/nieuws/kunstenbond-stuurt-gerrit-rietveld-academie-brandbrief-arbeidscontracten/. Dit probleem speelt op veel andere academies evenzeer.

[vii] We denken hierbij aan betaalbare arbeidsongeschiktheids- en ziektekostenverzekeringen, de heldere kaders van een CAO, passende (tijdelijke) uitkeringen en uiteindelijk een Universeel Basisinkomen.

[viii] Beluister voor een heldere analyse de podcast ‘Werktitel #6: De dagloner’, https://www.werktitel.org/.




Over Sepp Eckenhaussen

Sepp Eckenhaussen is co-directeur van Platform BK en onderzoeker bij het Instituut voor Netwerkcultuur.


GERELATEERDE ITEMS