Platform Beeldende Kunst Een Akademie van Onderen – Platform BK






K

Een Akademie van Onderen

Een pleidooi voor een kunstakademie die niet als BV fungeert, maar als een echte akademie, waar goed onderwijs en onderzoek samengaan met betrokkenheid en zorg voor elkaar.

12/03/2021




Stel, je werkt in een organisatie en je hebt een precair contract, goed contact met je studenten, je houdt van lesgeven, en de leiding maakt er een puinhoop van. Stel, het is een schandaal, de kranten schrijven erover, een bureau doet er onderzoek naar, dingen moeten anders. Stel, die akademie staat in een land met een tandeloze vakbond, management en politici praten luidruchtig luchtig over je ‘eigen keuze’ over wat voor contract je hebt. Stel je voor, dat je in een organisatie werkt, waar de manager zo vér van de vloer afstaat dat die slechts communiceert door middel van excelsheets en rapporten. Stel je voor, dat je zo’n directeur hebt die medewerkers aanspreekt met ‘vrienden’, ‘samen doen we dit’, ‘aandacht voor elkaar’ met een salaris dat 18 keer is wat jij verdient – zonder de pensioenregeling erbij te tellen, want die heb jij toch niet. En dat die woorden stoffige slangen zijn die zich door het gesprek kronkelen – woorden waarvan jezelf ook wel wil dat ze waar zijn, maar het zijn dode termen uit een verloren tijd, die ècht niet voor jou gelden. Stel je voor, dat je akademie wit is, hetero is, topzwaar met de middenklasse, waar mensen het idee hebben dat solidariteit iets uit het verleden is. En als er al iets aan een probleem gebeurt, dan is het met de ‘rotte appel’-aanpak, wat het probleem isoleert en niet oplost. Stel je voor dat je studenten, in hun 20er jaren, op ziet branden op ontoegankelijke structuren, weggeschouderophaald door overwerkte of ongeïnteresseerde afdelingshoofden. Als je je dat allemaal voorstelt, dan heb je de akademie voor ogen waar we het over hebben.

Dat salaris van die directeur wordt natuurlijk betaald door te leunen op een groeiende groep zzp-ers, overwerkte teams waar mensen volle dagen draaien op minimale contracten. Meer dan honderd studenten bedienen op een dag per week, contracten die zo klein zijn – 0.0562 fte – dat je wiskunde in je pakket gehad moet hebben om ze te kunnen uitrekenen. Die versnippering kan ervoor zorgen dat een afdeling met 100 studenten, meer dan 40 docenten heeft aangesteld. Dat teams elkaar amper ontmoeten, niet kunnen samenwerken, en individualisering van het onderwijs de standaard is. Dat overleg schaars is en vergaderingen slecht worden bezocht, want het is vrijwilligerswerk en dus vrijblijvend. Dat docenten, met name degenen met vaste contracten zich kunnen permitteren om te werk te gaan op hun eigen ‘unieke’ wijze, want hen aanspreken en bijsturen of ontslaan is onmogelijk. Dat freelancers net zo laconiek zijn en hun ‘handen ervan aftrekken’, want ‘het is zoals het is’, of juist veel te precair zijn om betrokken te raken. Dit betekent dat groepen docenten geen gezamenlijke kennis opbouwen of een gedeelde onderwijsvisie ontwikkelen, dat er geen onderzoekscultuur op afdelingen kan groeien, waar studenten dus ook geen baat van hebben. En dit terwijl onderzoek en ‘academisering’ een paradepaardje is, in een akademie die het belangrijk vindt dat docenten promotieonderzoek doen. Voor ontwikkeling en onderzoek is tijd nodig en dat zouden akademies moeten waarborgen. Nu worden gedateerde, nostalgische, eurocentrische, ‘avantgardistische’ visies van kunst of onderwijs gereproduceerd door docenten die geen kant op kunnen.

Je collega’s draaien hun uren en rennen dan naar huis. We komen elkaar als collega’s ook zelden tegen, hebben weinig contact, maar als je dan mensen ontmoet dan kan die ontmoeting goud waard zijn. Dan blijkt dat je geweldige collega’s hebt, al dan niet op een andere afdeling die ook met hart voor de zaak hun best doen. Dat die collega’s ook een probleem worden gevonden door het management – of ten beste getolereerd worden – want een bevlogen docent houdt de studenten binnen. Je vraagt je studenten of dit een feministische organisatie is. Geen enkele student denkt dat de akademie dat is, ook al staat er een vrouw aan het roer. Diversiteit is op deze akademie dan ook een tick-box: mensen worden aan hun lot overgelaten. De kantine is niet rolstoeltoegankelijk, er is dus geen plaats voor mensen die recht hebben op een toegankelijke akademie. Want er is geen structurele aandacht voor studenten en docenten met beperkingen. Diversiteit heeft de vorm van één diversity officer voor 2 dagen per week, 4 jaar lang, want dat is wat er af kan. Dat gaat samen met die neoliberale onzin van je ‘gevoelens op tafel leggen’ maar vervolgens moeten doen wat de manager opdraagt. Telkens weer blijkt uit onderzoeken dat trauma en geweld voortkomen uit situaties waar hiërarchie belangrijker is dan samenwerking. Vanuit het oogpunt van sociale veiligheid en het voorkomen van seksueel geweld is het dus ook belangrijk is dat de top-down structuur poreuzer wordt.

Het is haast wel te voorspellen dat in plaats van te luisteren de directie ‘daadkracht’ gaat tonen (vandaar ook die ‘diversity officer’). Maar de sfeer van onveiligheid is zodanig dat daadkracht de grote, structurele problemen niet ongedaan kan maken. Men kan er dus op wachten dat er zondebokken aangewezen gaan worden. De kans is groot dat managers die wegkeken van de problemen eruit moeten. Dat hoofden van de afdelingen die te veel klachten kregen weg moeten. Dus krijg je als bevlogen docent op een precair contract een nieuwe manager. Maar wat lost dat op? Een nieuwe manager wil uiteraard de afdeling vernieuwen en dus opnieuw inrichten: met de kennissen die diegene al heeft (want het blijft wel Nederland – corrupt en doorspekt van vriendjespolitiek, want hoe denk je dat die scholen zo wit, middenklasse en hetero blijven?). Een herinrichting lijkt op verandering maar houdt alles hetzelfde, want het nieuwe afdelingshoofd of de nieuwe akademie directeur kan in hun eentje de structuur niet veranderen. Dus blijft alles zoals het is met nieuwe mensen op dezelfde plekken. En een betuttelende HR-afdeling die ook maar nooit iets zal doen om de akademie te verfrissen. Als je je daar als bevlogen docent over uitspreekt, ben je ‘lastig’ en sta je in de kou.

De raad van bestuur wil het ondertussen wel ‘realistisch’ houden, en de nieuwe manager kan toch echt niet minder dan honderdvijfenvijftig duizend euro verdienen. Dat is driehonderdvijftigduizend in guldens voor hen die zich dat nog herinneren, wat onbehoorlijk hoog was voordat de zogenaamde “marktwerking” overal werd ingevoerd. Wat helemaal geen marktwerking is, maar gewoon een gevolg van de Balkenende norm, want als je niet meer ‘mag’ verdienen, dan mag je wel zoveel verdienen, en dus werd het de standaard. Dus worden managers zo ver uit de organisatie getrokken – want ze verdienen twee keer zoveel als hoofden van afdelingen – dat ze op eenzame hoogte een kliek van bestuurders om zich verzamelen die allemaal duur zijn en niks met het veld te maken hebben. Die vergaderen, besturen en beslissen over dingen waar ze nooit de consequenties van zullen voelen, want ze onderwijzen niet en zijn geen kunstenaar. Besturen wordt een doel op zichzelf. Daarmee wordt die organisatie topzwaar en ondertussen vraag jij je af waarom je voor een paar tientjes opdraaft om voor de klas te staan op een slecht contract. Dit land met een explosief groeiend aantal zzp’ers, normaliseert bestaansonzekerheid in combinatie met diepe liberale intellectuele armoede, pragmatisme en zogenaamd ‘realisme’.

‘Realisme’ betekent namelijk altijd realisme voor de bovenlaag die elkaar geld toeschuift, maar realisme betekent nooit dat je collega’s hebt waar je op kan vertrouwen, die je kunt leren kennen en waar je op kunt bouwen. Waar jullie samen werken aan een goede afdeling in een goede akademie; waar je studenten niet bang zijn voor je afdelingscoördinator; waar je studenten niet achter de rug van het afdelingshoofd komen uithuilen; want ze zijn bang voor de reactie die ze krijgen op hun kwetsbaarheid; waar overwerkte hoofden geen tijd, zin, of interesse in hebben; waar het hoofd van je afdeling niet razend uit de vergadering met de directeur komt rennen die weer een onhaalbare eis op tafel legt, maar waar de raad van bestuur geïnteresseerd is in het welzijn van de medewerkers en studenten in plaats van te geloven dat dit wel opgelost kan worden met een nieuwe duur betaalde directeur. Als je dan daadwerkelijk realistisch bent en de werkdruk beschrijft en hoe top-down bestuur de akademie onveiliger maakt, krijg je het verwijt dat je realistisch moet zijn, want het enige realisme dat telt is wat op een excelsheet en in een rapport past. En al die kleine posities die samen officieel niet realistisch zijn, houden ondertussen wel de akademie draaiende. Door het luisterend oor te zijn waar studenten hun beklag doen in de hoop dat een buitenstaander wellicht de waan van de dag doorprikt. Waar de werkdruk ook elk zinvol gesprek tegengaat, tenzij je nog meer extra tijd in je baan steekt, onbezoldigd, maar waar betaal je de huur, de kinderopvang, de ziektekosten, de energie, de sport enzovoorts nog van? Alles wordt gejat en je manager verdient hondervijfenvijftigduizend euro en dan moet je ook nog kritische kunst maken waar je aanvraag beoordeeld wordt door een fonds met precies eenzelfde overbetaalde pipo aan het hoofd. Dit moet ophouden, want top-down werkt niet in de kunst en ook niet op de akademie, zelfs niet in universiteiten, en ziekenhuizen, en scholen, en de zorg. Het maakt ons onveilig en het onderwijs wordt er niet beter van. En als het wel werkt in bedrijven, dan toont het aan dat we daarom geen bedrijf zijn.

Zo ziet een akademie eruit van onderen, op een moment dat een akademie onderuitgaat. Maar als we dit nou omdraaien, dan kunnen we een akademie krijgen waar studenten met plezier heen gaan en enthousiast over praten, waar bevlogen docenten mee richting geven aan de afdeling en samenwerken aan een veilig en uitdagend leerklimaat, waar de hoofden van afdelingen het vertrouwen krijgen van een management dat dichtbij staat, want ze verdienen maar 20% meer – want een akademie is geen corporatie. Het is namelijk zo simpel: een directeur die verantwoordelijkheid aflegt binnen de organisatie aan de studenten en de docenten en de staf. We willen betaald worden voor het werk wat we doen. We willen onderzoekstijd en de tijd om met andere docenten en staf te kunnen samenwerken en bepraten wat we zien gebeuren. We willen dat de mensen die essentieel werk verrichten binnen deze school, zoals de schoonmakers die onze ruimtes hygiënisch houden, en de mensen in de kantine die ons voeden, gewoon onderdeel zijn van de akademie en dat dit werk niet uitbesteed wordt aan de laagste bieder. We willen dat studenten een toegankelijke akademie aantreffen, waar je naar binnen kan als je chronisch ziek bent, of een rolstoel hebt, of een ringleiding nodig hebt, en zelfs welkom bent. En nu eindelijk het besef publiek gedeeld wordt dat onveiligheid en het lastigvallen van studenten een probleem is, moeten we naar een andere structuur die leert van feminisme. Een structuur die leert van anti-racisme en dekolonialiteit om de overweldigende witheid aan te pakken. Dat betekent dat diversiteit niet bestaat uit een krap bemeten diversiteits officer en een haastig aangesteld handjevol docenten van kleur op precaire contracten, maar dat de organisatie luistert en verandert als docenten en studenten praten over sociale druk en onveiligheid en het diepgewortelde racisme en seksisme van alledag en een team heeft met kennis en de ruimte om veranderingen aan te brengen, medewerkers te trainen, en ondersteuning te bieden.

Ook hierom is er een akademie nodig waar de directie samen met de hoofden, die met de docenten samenwerken, naar de studenten luisteren, om een richting op te stellen waar mensen zich in kunnen vinden. Wat we willen is een bewustzijn van de onhoudbaarheid van witheid en eurocentrisme als een onzichtbare maar dominante, giftige cultuur. We zijn klaar met de collega’s die het alleen maar kunnen hebben over hun tweede huis in Frankrijk of over de verbouwing in hun keuken. We willen anti-racisme in onze organisatie, want docenten en studenten van kleur zijn gewoon onderdeel van de akademie en de wereld. Dat betekent dat witte docenten en studenten, afdelingshoofden, HR, en directie moeten leren luisteren naar mensen die elke dag de sociale druk van racisme te verduren krijgen. Ook op de akademie, want de akademie staat midden in de wereld. Dit betekent dat als onze studenten van kleur goed les krijgen, dat al onze studenten goed les krijgen. Dat we uiteenlopende, verschillende vensters op de wereld openen, dat we klaar zijn met de pedagogische luiheid van eurocentrisme. Dat eindeloze nieuwsgierigheid, zelfreflectie en gepaste bescheidenheid de norm zijn. Hetzelfde geldt voor onze queer en trans studenten, die ook een belangrijke plaats hebben op de akademie, gewoon omdat ze er zijn. Inclusie betekent namelijk dat je organisatie flexibel genoeg is om met veel verschillende mensen om te gaan, daar de kennis voor in huis heeft, en mensen met respect en interesse weet te benaderen. Omdat mensen met beperkingen onderdeel zijn van de akademie is ondersteuning noodzakelijk, voor de lange of korte termijn. Diversiteit is nadenken over hoe om te gaan met racisme, seksisme, validisme en transfobie en weten hoe de organisatie, staf en docenten hierop moeten reageren, want een goede akademie zorgt voor elkaar, omdat we elkaars talent en inzichten nodig hebben in een wereld die nooit homogeen geweest is, en dat ook nooit zal worden. En we willen geen BV maar een echte akademie, met onderwijs en onderzoek waarin verantwoordelijkheid voor elkaar samengaat met betrokkenheid en zorg voor elkaar.

We willen:

  • minder hiërarchie en meer inspraak: geen topinkomens en maximaal 20% verschil tussen hoofden van afdelingen en directie;
  • goede contracten voor docenten, in onderhandeling opgesteld;
  • goed anti-racismebeleid, goed anti-seksisme beleid, en goede toegankelijkheid van de akademies;
  • sterke onderwijsvisies en goede onderzoeksprogramma’s binnen afdelingen, en daarmee ook ruimte om onderwijs te vernieuwen;
  • goede begeleiding voor docenten, zodat ze betrokken blijven, genereus naar studenten blijven, en dat samenwerking binnen afdelingen wordt bevorderd;
  • dat studenten beslissingsrecht krijgen en niet alleen zeggenschap of inspraak in machteloze commissies!



Over Anoniem

Dit stuk is door (een) anonieme auteur(s) geschreven.


GERELATEERDE ITEMS