Platform Beeldende Kunst Verslag Fair Practice Symposium – Platform BK






K

Verslag Fair Practice Symposium

Platform BK en Noordenaars organiseerden op 14 en 15 november een tweedaags programma over Fair Practice in Groningen. Lees hier het verslag van Iris Rijnsewijn over de tweede dag, ‘Het Fair Practice Symposium: problemen en oplossingen’.
02/12/2019




Iedereen – van makers tot fondsen tot politiek – staat achter de waarden van de Fair Practice Code, maar hoe gaan we de code in de praktijk brengen? Deze en andere vragen werden op vrijdag 15 november in het NNT besproken door kunstenaars, curatoren, ambtenaren en wethouders, tijdens de tweede dag van het Fair Practice Symposium in Groningen. De dag was georganiseerd door de Noordenaars en Platform BK. Onder begeleiding van Rutger Middendorp ging het programma, dat uit vier onderdelen bestond, van start.

Zippora Elders, artistiek directeur Kunstfort bij Vijfhuizen en bestuurslid Kunsten ’92, trapte de dag af met haar gesproken column ‘De waarde van zorgvuldigheid’. Hierin bracht ze onder andere werkdruk en verzet daartegen binnen de culturele sector onder de aandacht. ‘De burn-out zit hem niet in het werk, die burn-out zit hem in de ruis’, zegt Elders. De Fair Practice Code is volgens haar helder, maar de praktijk troebel. ‘Men wil eerlijkheid en transparantie, maar vindt het onprofessioneel om de spreekwoordelijke vuile was buiten te hangen. Spreek je je wel uit, dan kun je vaak rekenen op kritiek van collega’s of financiers waarvan je afhankelijk bent.’ […] ‘Subsidies halen wellicht stress weg, maar niet oneerlijkheid’, aldus Elders. Ze stelt dat kritiek alleen wordt geaccepteerd als we ons daardoor beter over onszelf kunnen voelen; ‘de knappe vrouw die zegt dat vrouwen zichtbaarder moeten worden, de witte conservator die een tentoonstelling maakt over zwarte kunstenaars, de educatiemedewerker die een queer event een plek in het randprogramma geeft.’ Deze vorm van ‘verzet’ levert ogenblikkelijk veel op, zowel op monetair als op sociaal vlak. Opstaan tegen onrecht wanneer je alleen bent en niemand het ziet, is daarentegen veel moeilijker. Maar hoe maken we de Fair Practice Code dan concreet? Het advies van Elders luidt: ‘niet voor de ander bepalen wat deze nodig heeft maar dat vragen, respecteer elkaars werkuren, wees bewust, wees solidair, groepeer, help elkaar en erken je eigen fouten.’ En, zegt Elders, gun het jezelf het elke dag opnieuw te mogen proberen.
Na deze voordracht gingen de aanwezigen, waaronder beeldend kunstenaars, politici, ambtenaren en curatoren en directeuren van presentatie-instellingen, met elkaar in gesprek. Ten eerste werd een aantal stellingen opgenoemd, waarna de aanwezigen via hun positie ten opzichte van een middenlijn ‘over de streep’ konden gaan om te laten zien of zij het hier mee eens of oneens waren. De stellingen gingen onder andere over de eventuele stagnerende werking van wantrouwende financiers op culturele projecten, transparantie over het gebruik van bijdragen, nepotisme binnen de sector, naar rato extra bijdragen door subsidiegevers om aan de Fair Practice Code te voldoen, het gedwongen overwerken of bijwerken van makers en de rol van diversiteit. Onder begeleiding van de dagvoorzitter kwamen er discussies op gang tussen de voor- en tegenstanders van de stellingen. Het werd duidelijk dat veel organisaties en individuen binnen de sector last hebben van het zich constant moeten verantwoorden ten opzichte van subsidiegevers via een eindeloze stroom van formulieren en uitgekauwde begrotingen. Hierbij kan het gaan om zowel grote als kleine bedragen. Daarnaast werd geopperd dat ook het publiek een belangrijke bijdrage kan leveren bij het streven naar fair practice. Dit werd gekoppeld aan de waardering van kunst en cultuur in onze maatschappij, de waarde van de culturele sector wordt vaak ondermijnd. Verder was het onderwerp van transparantie lastig, omdat de groep zich afvroeg tot hoe ver transparantie kan worden doorgetrokken. Doordat de culturele sector een ‘kleine wereld’ is waarin mensen elkaar kennen, kan er sprake zijn van vriendjespolitiek. Daar valt nog veel te winnen qua transparantie.

Na de stellingen werd een fishbowl-gesprek in gang gezet. Binnen dat gesprek werden meerdere thema’s aangehaald, waarvan een aantal herhaaldelijk naar boven kwam. Zo werden bijvoorbeeld de consequenties voor kleine kunstinstellingen en initiatieven veel besproken. Ondanks dat deze organisaties blij zijn met de verbetering van de positie van de kunstenaar door de richtlijn kunstenaarshonoraria, hebben de instellingen alsnog vaak het budget niet om naar behoren te betalen. Vanwege deze ervaringen met de richtlijn zijn de kleine instellingen beducht dat zij de dupe zullen zijn als de Fair Practice Code als subsidievoorwaarde opgenomen wordt, vanwege de top-down implementatie. Moeten instellingen die hier niet aan kunnen voldoen dan ophouden te bestaan? Dat hoeft niet zo te zijn, blijkt later in het gesprek, maar een instelling moet in dat geval duidelijk maken hoe ze ondanks beperkt budget wel tot eerlijke keuzes kan komen voor de werknemers, opdrachtnemers of vrijwilligers. Dat kleinere instellingen een podium bieden aan beginnende makers is ontzettend waardevol en zou niet verloren moeten gaan vanwege subsidie eisen die gekoppeld worden aan de code.

Een ander thema was de maatschappelijke positie van de culturele sector. De sector wordt vaak neergezet als louter een kostenpost. Dit is echter een misvatting, want de culturele sector brengt wel degelijk geld op en heeft een maatschappelijk belang. Sjoerd Feitsma, wethouder cultuur in Leeuwarden, benoemde ter illustratie dat de Culturele Hoofdstad Leeuwarden de stad tien keer zo veel heeft opgebracht dan het aan investeringen heeft gekost. Kortom, met een realistischer economisch beeld van de sector, daarmee een duidelijk belang voor de maatschappij, kunnen maatschappelijke investeringen beter worden verantwoord. Dit zou ook een rol kunnen spelen in de verantwoording van gemeenten om meer budget beschikbaar te stellen aan kunstinstellingen om de meerkosten van de Fair Practice Code te dragen.

Daarnaast werden de rollen van de opdrachtnemer en opdrachtgever afgewogen. Beiden hebben een eigen verantwoordelijkheid: opdrachtnemers moeten ondermaatse beloningen niet meer accepteren, en opdrachtgevers moeten op hun beurt hun manier van denken over makers veranderen en deze even goed betalen als bijvoorbeeld een accountant of een advocaat. Paul de Rook, wethouder cultuur in Groningen, gaf aan dat hij binnen de gemeente naar een situatie wil dat het als normaal wordt beschouwd dat een kunstenaar een eerlijk honorarium aangeboden krijgt, net als alle andere opdrachtnemers die de gemeente inhuurt.

Tot slot gaf René Goudriaan, onderzoeker bij SiRM een lezing genaamd ‘Op weg naar het nieuwe normaal met de Noordenaars’. Het was een heldere uiteenzetting van de noodzaak van de Fair Practice Code en de meerkosten ervan. De grootste probleemgebieden zijn kleine tot middelkleine instellingen, die vaak voor het grootste deel op flexibele arbeid draaien. Als structureel gesubsidieerde instellingen in de cultuursector volgens de Fair Practice Code willen betalen, is daar in 2021 zo’n 27 miljoen nodig.[1] Ook moet er een jaarlijkse indexering plaatsvinden, anders loopt de achterstand met de rest van de economie op en raakt de sector uitgehold. Daarna is er dus een iets hoger bedrag nodig voor de instandhouding van fair pay.

Ter afsluiting van de dag werd aan het publiek gevraagd wat hen het meeste bij zal blijven na het symposium. Ten eerste werd benoemd dat men blij was dat mensen vanuit zo veel verschillende instanties naar het symposium waren gekomen. Maar wat vooral duidelijk was geworden, is hoe pijnlijk de situatie is. Kunstenaars gaven aan meer nee te gaan zeggen, want ‘van intrinsieke motivatie kan je niet leven’. Ook het belang van wederzijds begrip werd genoemd als een belangrijk inzicht. De algemene conclusie van de dag was dat er meer geld nodig is om grote stappen te kunnen zetten richting het naleven van de Fair Practice Code, in ieder geval op het gebied van fair pay, maar dat daarnaast iedereen binnen zijn eigen invloedssfeer ook mogelijkheden heeft. Iedere stap, hoe klein ook, telt.

[1] Dit bedrag is berekend voor de deelsectoren: podiumkunsten, musea en alle presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Meer info: https://www.kunsten92.nl/activiteit/acties/meerkosten-fair-practice-berekend/

'Over de streep' tijdens Fair Practice Symposium, 2019. Foto David Vroom.



Over Iris Rijnsewijn




GERELATEERDE ITEMS